Afgelopen week lag mijn politieke werk even stil door een tragisch ongeluk. Wellicht heeft u het gelezen dat een moeder uit Hengevelde is omgekomen in het Twentebad.
Deze column is voor haar, voor Ster, een prachtige krachtige moeder, dochter, zus, collega en vriendin, die twee kinderen en een man achterlaat. En voor iedereen die er de afgelopen week was en is. Een ode aan Ster en de kracht van de gemeenschap.
Ze was zo trots dat ik verkiesbaar was. Maar twee dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen kwamen we erachter dat zij niet mocht stemmen. Ze was in het najaar van 2021 met haar gezin gevlucht en in Nederland aangekomen. Daardoor was ze nog net niet de benodigde 5 jaar in Nederland om te mogen stemmen.
Na jarenlang van azc naar azc te zijn gesleurd, vond Ster twee jaar geleden een thuis in ons dorp. Hier kon ze eindelijk weer dromen en niet alleen overleven. En die kans greep ze met beide handen aan. Een slimme vrouw die al meerdere talen sprak stortte zich op het Nederlands en onze cultuur.
Ze stelde veel vragen en zo kwam ik erachter hoe gek onze taal eigenlijk is. Meestal had ik geen idee waarom we bepaalde dingen zo doen. Wat betekent bijvoorbeeld het woordje er in een zin als: Het ziet er gezellig uit? Het heeft geen duidelijk nut, maar je moet het wel leren goed te gebruiken. En zo zit onze taal vol met bijzonder moeilijke regels zonder duidelijke reden.
We lachten er samen maar om, en zij leerde het uit haar hoofd en haalde toets na toets. Op vrijdag 3 april had ze haar laatste inburgeringsexamen.
Naast mij waren er veel mensen die Ster en haar gezin hielpen en zij hielpen op hun beurt ook overal. Ster met name op de basisschool. Ze stond vroeger voor de klas en hoopte dat weer te kunnen doen. Ze greep alles aan om in contact te zijn en snel de taal te leren. Ze hielp op school waar het maar kon en voor de kinderen was zij de lieve biebjuf.
De dag na het laatste examen ging ik met mijn kinderen bij Ster en haar gezin ontbijten. Het was gezellig. Na het ontbijt reden wij naar de Randstad voor verjaardagen en Pasen. Ster ging met haar gezin zwemmen. Dat dit de laatste keer zou zijn dat we haar zouden zien dat wist ik toen niet.
Aan het einde van de middag kreeg ik een telefoontje vanuit het zwembad. Het soort dat je niemand toewenst. Ik hoorde en voelde de paniek. Het was alsof de wereld even stilstond.
De week die volgde was een wervelwind van verdriet, maar ook van onvoorwaardelijke steun.
Er was de coach uit het dorp die hen al vanaf dat ze in ons dorp woonden begeleidde en die nu dagenlang in het ziekenhuis bleef en de familie bijstond bij alle regelzaken. Een engel in mensengedaante. De basisschool deed, ondanks hun eigen verdriet, alles om Ster’s jongste zoon op te vangen: een gedenkhoek, een rouwdeskundige, de ruimte om afscheid te nemen. Er was de beste vriend van Ster’s oudste zoon, wiens moeder hem opving alsof hij haar eigen kind was. Ouders uit de klas boden hulp aan, buren kwamen langs, en de gemeente stond klaar waar kon, En ik probeerde om voor Ster’s jongste zoon een veilige plek te zijn, een plek waar hij, ondanks alles, nog kind mocht zijn. En dan was er een eindeloze stroom aan dorpsgenoten die kwamen condoleren. De familie stond perplex en was diep geroerd.
De zwaarste dagen liggen nog voor hen. Maar ze staan er niet alleen voor. Veerkracht komt niet alleen van binnenuit, maar ook van mensen om ons heen.
Vlak voor de begrafenis kwam een brief binnen. Ster had haar inburgeringsexamen gehaald. Het diploma dat ze nooit in handen zou houden, maar dat bewijst dat ze hier thuis was.
Eveline Kroes
Fractievoorzitter Progressief In Beweging









