Verbindend

In Beweging wil met nadruk (progressieve) politiek verbinden. Wij richten ons op iedereen die zich betrokken voelt bij zijn/haar omgeving. Wij willen mensen met elkaar verbinden, zowel in de politiek als daarbuiten.

Lees meer

Duurzaam

Duurzaamheid is voor In Beweging een andere term voor ‘goed zorgen voor’. Als je ergens goed voor zorgt, gaat het langer mee. Dat geldt voor jezelf, de mensen en de spullen om je heen. En dat geldt ook voor de aarde.

Lees meer

Sociaal

Een sociaal mens houdt rekening met - heeft respect voor - en kan zich inleven in anderen. Volgens In Beweging mag je dat van de overheid verwachten: dat zij een helpende hand biedt aan hen die het anders niet redden.

Lees meer

Welkom!

Op onze site kunt u alles vinden over de partij In Beweging.

Alles over wie wij zijn, wat onze visie is en waarom wij vinden dat In Beweging toegevoegde waarde heeft is er te vinden.

Mocht iets niet duidelijk zijn dan kunt u ons altijd bellen of mailen

Volg ons op Facebook, Instagram of Twitter!

Vriendelijke groet en graag tot snel!

Een potje Catan

O jee, soms beginnen mensen tegenwoordig als volgt tegen mij: “Marianne, ik weet het, je bent wars van spelletjes en strategie, maar…” en dan volgt er een voorstel hoe iets voor elkaar te krijgen. Dat je eerst die ene persoon moet spreken, daarna de andere partij om iets anders moet vragen, dan via het vragenhalfuurtje moet zorgen dat je op de agenda komt en daarmee ook vaak de pers haalt en dus wat druk uitoefent en de kiezer ook weet waar je mee bezig bent en zo nog wat doorgedachte stappen. Ik ben daar dus niet zo goed in. Dat voelt allemaal voor mij als stiekem. En dat is juist niet wat ik wil.

Of die andere uitspraak: “Politiek is heel leuk, vooral als je het spelletje doorhebt”. Spelletje?! Ik merk dat ik daar nogal allergisch op reageer. Ik zie het allemaal niet als een spelletje. Misschien ben ik te serieus voor de politiek (mijn man zegt dan: ‘nee, je bent niet te serieus, je hebt wat moeite met loslaten’. O ja, iets met spijker op de kop…). Als ik een (bord)spel speel, heb ik lol, ben ik erg fanatiek en ja, dan manipuleer ik ook (dat is wat anders dan vals spelen, daar doe ik niet aan). Maar dat is een spelletje! Dit is politiek! Iets met verantwoordelijkheid voelen, afgevaardigde zijn van onze inwoners. Dus elke keer als ik die opmerking hoor dat politiek ‘een leuk spel’ is, haak ik af. Inmiddels vat ik het maar anders op. Ik denk dat mensen bedoelen (ja, ik zal het vaker checken) dat het meer gaat om het kennen van de regels, hoe politiek werkt. Zoals de spelregels bij een spel.

Ik vergelijk het maar even met Catan. Ik heb dat spel oneindig vaak gespeeld. Het spel wordt een stuk leuker als je de regels kent en het wordt nog leuker als je álle regels kent (ook die van de uitbreidingsversies) en het wordt helemaal leuk als je uit ervaring hebt geleerd welke strategie bij wie het beste werkt. In de politiek begin ik de spelregels wat te leren kennen (wat mag wel, wat mag niet, welke instrumenten heb ik) en de ervaring leert ook welke instrumenten ik wanneer het beste kan inzetten. Het verschil zit voor mij in het gevoel van stiekem doen. In de politiek zal ik mijn aanpak steeds hardop zeggen: ‘ik heb die en die al gesproken en ik ga die en die ook nog bellen. Het gaat me namelijk om het volgende…’. Dus eigenlijk is het heel simpel: ik wil best meedoen aan politieke spelletjes. Maar alleen met open vizier.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Kinderen met elkaar in discussie

Houd je van je kinderen?

Ik heb een paar hele korte vragen voor je. Vragen die iemand ooit aan mij stelde. Misschien wil je de vragen ook proberen te beantwoorden tijdens het lezen van dit blog. Komen ze… Heb je kinderen? Hebben jouw buren kinderen? Vind je jouw kinderen leuk? Vind je de kinderen van de buren leuk? Houd je van jouw kinderen? Houd je van de kinderen van de buren?

Vaak beantwoorden mensen de eerste vijf vragen met ‘ja’. En de laatste met ‘nee’. En soms erachteraan: ‘natuurlijk niet, ze zijn niet van mij’. De kinderen van de buren zijn leuk, maar je zal er minder hard voor door het vuur gaan dan voor je eigen kinderen. Voor je eigen kinderen zal je waarschijnlijk meer opkomen.

Vervang nu eens het woord ‘kinderen’ in de vragen door het woord ‘ideeën’ en beantwoord de vragen nog eens. Ook weer 5x ja en als laatste een ‘nee’ als antwoord? Je kan heel enthousiast zijn over de ideeën van een ander, maar voor je eigen ideeën ren je toch het hardst… Je kan het woord ‘kinderen’ ook vervangen door ‘problemen’, ‘uitdagingen’, etc. De boodschap: zorg dat een idee van iemand zelf is. Je kan een ander niet overtuigen, je kan alleen jezelf overtuigen. Dus: bevraag, bevraag, bevraag. Ik weet het, ik heb het daar vaak over mijn blogs. Ik vind dat besef belangrijk.

Er is een ambtenaar bij sociaal domein die dit – volgens mij zonder het bewust te weten en daarom is het juist zo krachtig – perfect beheerst. Zij is de specialist, maar ze is niet pusherig. De keren dat ik haar heb meegemaakt in een groep benoemt ze een probleem (dat ging in dat geval over de jeugdzorg). Er volgde geen PowerPoint. De groep kon niet achterover leunend de sheets gaan volgen. Iedereen in de groep ging bijna geïrriteerd rechtop zitten: verdorie, zitten we hier nou onze tijd te verdoen? Iemand ging maar eens een vraag stellen: om hoeveel jongeren gaat het hier eigenlijk? We kregen een deskundig antwoord. Hoe wordt de woonplaats voor een jongere die naar een pleeggezin gaat, eigenlijk bepaald? We kregen een deskundig antwoord. Hoeveel kost dat eigenlijk? We kregen een deskundig antwoord. De groep ging steeds rechterop zitten. Deze dame heeft er echt verstand van! En de vragen rolden door van: ‘Zit dit werkelijk zo in elkaar?’ naar ‘Maar dat is toch vreemd dat dat zo gaat?’ naar ‘Hoe kan dat anders?’ naar ‘En wat kan ik als raadslid daarin betekenen?’. Ik zat ook in die groep. Tot een uur geleden had ik nog geen idee. Zij heeft mij niet overtuigd. Ik heb mezelf overtuigd. Door haar. Dat dan weer wel…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Onbemind maakt onbekend?

Weet een gemiddelde Hof van Twentenaar hoe de lokale politiek in elkaar zit? En wat vindt de gemiddelde Hof van Twentenaar van politiek? Ik wil zo graag dat politiek toegankelijker wordt. Belangrijk is volgens mij dat je elkaar dan moet kennen: de mensen de politiek en de politiek de mensen. Ik dacht: ik neem de proef op de som om te horen wat mensen weten en vinden van (lokale) politiek. Ik heb drie willekeurige mensen geïnterviewd; iemand van 14, 17 en 31 jaar. Niks wetenschappelijks, gewoon om een gevoel te krijgen. Hieronder een kort verslagje van de interviews. Misschien interessant als u zelf de vragen ook probeert te beantwoorden voordat u de antwoorden van de geïnterviewden leest. Zou leeftijd uitmaken hoeveel iemand weet/vindt van de politiek? U mag bij de beantwoording van de vragen hieronder raden wie de 14-jarige is, de 17-jarige en de 31-jarige; persoon A, B of C? Komt ‘ie! Eerst een paar kennisvragen…

  • Wat doet een burgemeester?
    • A) Die geeft speeches
    • B) Die heeft en leidende rol in debatten, is het gezicht van de gemeente
    • C) Doet van alles.
  • Wat doet een wethouder?
    • A) Geen idee, je hebt ook boekhouders?
    • B) Geen idee
    • C) Geen idee
  • Wat doet de gemeenteraad?
    • A) Die houdt vergaderingen
    • B) Beslissingen maken over de gemeente
    • C) Ik denk stellingen inbrengen, dat bespreken en advies geven aan degene die er uiteindelijk een beslissing over maakt. Of maken zij de beslissing? Dat kan ook…
  • Wat doet het college van B&W?
    • A) Het watte?
    • B) Is het bestuur van de B&W?
    • C) B, en dan? De N van Nico? Geen idee
  • Wie is de baas van de gemeente?
    • A) De burgemeester. Denk ik. Hoop ik.
    • B) De burgemeester
    • C) De burgemeester? Of is dit een instinker?
  • Wat is een fractie?
    • A) een goed galgjewoord
    • B) gedeelte van een sectie, een klein stukje
    • C) klinkt wel bekend in de oren, er is ook een fractievoorzitter, maar geen idee

Dan drie vragen over politiek zelf…

  • Is politiek leuk?
    • A) Weet ik niet
    • B) Leuk is niet het goede woord. Op zich wel interessant, maar het zijn een stelletje irritante kleuters
    • C) Dat vind ik niet.
  • Is politiek belangrijk?
    • A) Ja, geeft regels in de gemeente
    • B) Dat wel. Alles loopt in de soep als er geen regering is, want iedereen vindt wel iets. Handig voor een beetje sturing waar jouw mening in doorklinkt
    • C) Dat denk ik wel. De manier waarop we het voor elkaar hebben, dat je als burger je stem mag geven, mee mag denken en mee mag praten. Dat is luxe.
  • Wat vind je van de politiek?
    • A) Ingewikkeld! Iedereen zegt wat anders, maar wil hetzelfde
    • B) Ik weet het niet. Wel belangrijk, maar ik word er niet laaiend enthousiast van
    • C) Persoonlijk heb ik weinig interesse. Misschien wel omdat er ik er weinig verstand van heb. Maar ik vind het wel belangrijk!

Tot zover de interviews. Normaal is het spreekwoord: onbekend maakt onbemind. Maar door de antwoorden op de laatste vraag, denk ik: geldt het ook niet andersom: onbemind maakt onbekend? Als iets je niet interesseert (onbemind), ga je er ook niet in verdiepen of iets over onthouden (onbekend). En tja, als onbekend vervolgens weer onbemind maakt… Het versterkt elkaar! Kunnen we hier iets aan doen? De antwoorden weet ik niet, maar zoals u inmiddels weet: hier zijn wij met In Beweging steeds mee bezig!

De antwoorden die ik voor nu wél weet: persoon A is 14 jaar, persoon B is 17 jaar en persoon C is 31 jaar. Had u het goed?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Ode aan de boemel

We zijn met de hele gemeenteraad op excursie geweest. Een goede gelegenheid om het met elkaar in een andere setting dan vergaderingen, telefoontjes en mailverkeer met elkaar over onderwerpen te hebben. Je leert elkaar anders kennen, maar er is ook volop gelegenheid om eens verder door te praten over de inhoud. Zo kwam ik ook in gesprek met onze nestor (langstzittende) van de gemeenteraad, Bennie Nijenhuis. En ik wist het al, maar het werd nu nog meer bevestigd: deze man beheerst de kunst van het luisteren! En daar kan ik alleen maar van leren.

Als ik ergens enthousiast (of gefrustreerd) over ben en je stelt me één vraag, dan gaat de waterval aan en krijg je een lawine over je heen van – in mijn beleving – logische argumenten, ‘natúúrlijk moeten we dat doen!’ en meteen hóe dat dan uitgevoerd kan worden, etc. Uit pure enthousiasme of frustratie. En ik doe dan zelfs al mijn best om me in te houden. Ik heb wel eens gehoord (eerlijk gezegd vaker dan één keer) dat ik soms een sneltrein ben. Dat ik doorsjees en af en toe lijk te vergeten om even om te kijken of iedereen wel is ingestapt. Nou, dat doet Bennie dus wel. En hoe? Heel simpel, maar tegelijk even knap: hij geeft antwoorden op de vragen die de ander stelt. Meer niet. Nou vooruit; heel soms net iets meer.

Bennie Nijenhuis is agrariër. Ik stelde hem vragen over het hele stikstofverhaal en hoe dat voor zijn persoonlijke situatie is. Omdat hij agrariër is, had ik een zwaar gefrustreerde reactie verwacht in stem, toon en verwijtend naar ‘die linkse politiek’. Maar hij geeft rustig antwoord op de vragen die je stelt. Hij is altijd boer geweest en vindt het werk fantastisch. En wil dat blijven doen. Maar Bennie steekt geen pleidooi af wat Den Haag allemaal verkeerd doet. Hij wacht rustig tot de volgende vraag. Hij is door zijn persoonlijke situatie een expert op dit thema geworden en heeft zich daarnaast ook op verschillende manieren in dit thema verdiept. Hij had al zijn kennis over me uit kunnen strooien, hij had belerend kunnen doen, maar hij wacht geduldig tot ik de volgende vraag stel. Aan het eind van het gesprek heb ik inhoudelijk heel wat geleerd, maar ik ben vooral onder de indruk van zijn rust. Een prettig gesprek waarin ik niet het gevoel heb dat iemand mij heeft proberen te overtuigen, maar me mijn eigen conclusies laat trekken.

Om van A naar B te komen, is een rustige boemel misschien beter dan een sneltrein. Dan heb je onderweg de tijd om te zien of iedereen is ingestapt. De volgende dag zeg ik tegen Bennie: ‘Ik denk dat ik hier wel eens een blog over zou kunnen schrijven! Mag ik dan ook jouw naam noemen?’. Hij lacht een keer zoals Bennie kan lachen: ‘ie doe moa, is goed hoor!’. Bij deze dus, mijn ode aan de boemel!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Waarom, waarom, waarom

Bij de laatste ledenvergadering is onze visie vastgesteld. Niet dat we eerder geen visie hadden, maar met een groeiende groep mensen, kan je op deze manier blijven checken of we met elkaar dezelfde kant op willen en ook daadwerkelijk gaan. Een visie geeft houvast, een kapstok. In de ledenvergadering ging het niet om de punten en komma’s, maar was de hoofdvraag: herkennen wij ons hierin? Omschrijft dit waar we voor staan, waar we voor in beweging komen? Net als dat een reis ergens naar toe minstens zo interessant kan zijn als de bestemming zelf, zo zijn de gesprekken met elkaar over die visie minstens zo interessant geweest als het uiteindelijke document.

Ik heb altijd wat moeite met documenten over missies, visies, strategie, etc. Wat is nog missie en wanneer wordt het visie? Zulk soort discussies duren vaak lang en ik vind ze altijd lastig; ik heb het liever over de inhoud. En om iedereen het eens te laten zijn met de tekst, wordt – in mijn ervaring toen ik bij andere visies betrokken was – over elke komma uren gesproken en worden de termen in de visie steeds abstracter. Maar! Dit keer niet. Tenminste, dit keer ervaar ik het gelukkig anders. De visie helpt mij zeker voor gesprekken!

Ik vind bij een gesprek: als je écht wilt luisteren naar argumenten, moet je ook bereid zijn om – als je goede, relevante argumenten hoort – jouw standpunt te nuanceren of zelfs te veranderen. Voor een goed gesprek moet je wel weten van elkaar waaróm je ergens voor staat. Ken dus niet alleen elkaars standpunt, maar ken vooral elkaars beweegreden. Om dat te weten, gaf iemand mij een keer een simpel advies: vraag 3x waarom. Wel eens geprobeerd? Test maar eens! Bij deze een test bij mezelf. Laat ik mezelf eens 3x waarom vragen…

Waarom (1e keer) zet jij je in voor In Beweging? > Omdat ik wil dat er beweging komt in de politiek. Waarom (2e keer) wil je beweging in de politiek? > Onder andere omdat ik denk dat als er een aantal zaken veranderen, politiek aantrekkelijker en laagdrempeliger wordt voor meer mensen. Waarom (3e keer) wil je dat politiek aantrekkelijker en laagdrempeliger wordt voor mensen? > Omdat ik het belangrijk vind dat mensen zich verantwoordelijk voelen en de verantwoordelijkheid nemen voor de eigen omgeving waar ze in wonen en werken, onder andere via de politiek. Die verantwoordelijkheid neem je naar mijn idee makkelijker als politiek aantrekkelijker en laagdrempeliger is.

Misschien vindt een ander het totale onzin hoe In Beweging werkt en wat wij vinden, maar vindt diezelfde persoon het wél net zo van belang dat politiek laagdrempeliger wordt. Laten we het dáár dan over hebben!

In onze visie zijn eigenlijk die beweegredenen opgeschreven die naar boven komen als je 3x waarom vraagt. Wat vinden wij van belang, wat zijn onze kernwaarden? Ik citeer uit de visie: “alles wat wij doen en iedere beslissing die wij nemen toetsen wij aan onze kernwaarden: 1) Bevordert dit de gelijkwaardigheid van mensen? 2) Komt dit de toekomstige generaties ook ten goede? 3) Zijn we hiermee zuinig op onszelf, elkaar en de omgeving? 4) Zijn alle belanghebbenden gehoord?”

Nieuwsgierig geworden naar de hele visie? Kijk op www.politiekinbeweging.nl. Het staat op 1 A4. En het is niet eens een klein lettertype…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Met hoeveel zijn jullie?

Nog één lid en dan bereiken we een mooie mijlpaal in aantal leden! Er wordt gebrainstormd of we die mijlpaal van aantal leden op de één of andere manier willen vieren. Het eindantwoord was: nee. We hebben met een aantal mensen een brainstorm gehouden over het communicatieplan van In Beweging. Ik vroeg of we een doel willen stellen hoeveel leden we willen hebben in welk jaar. Het eindantwoord was: nee. Vorige week hadden we een goedbezochte ledenvergadering. Daar heb ik dezelfde vraag gesteld en hetzelfde antwoord gekregen.

Dat zette me weer aan het denken. Ik ben supertrots op het aantal leden dat we hebben. Met elk lid erbij voel ik me gesteund dat mensen écht vinden dat onze visie en onze aanpak aanspreekt. Met elk lid erbij wil ik wel roepen: ‘Kijk! Kijk dan allemaal! Weer iemand die gelooft in deze aanpak!’. Ik had graag eens in de krant een groot artikel gezien over ledenaantallen van de politieke partijen in Hof van Twente. Hoe doen wij het in dat rijtje? Maar ik schrijf bewust ‘had’. Ik denk daar inmiddels wat anders over.

Onder andere bij die genoemde brainstorm over communicatie en bij de ledenvergadering werden interessante dingen gezegd. Zoals: “wat zegt het ledenaantal nou? Als je een lage contributie hebt, is het wel heel makkelijk om lid te worden”. Of: “je kan wel veel leden hebben, maar als ze zich niet actief inzetten, wat heb je er dan aan?” En ook: “je kan het toch niet vergelijken met andere partijen. Als iemand lid wordt van een landelijke partij, ben je meestal ook automatisch lid van de lokale afdeling. Daarmee telt het lid mee, maar zegt het niks over de betrokkenheid van dat lid bij de lokale afdeling”. Of deze reactie van een student: “Ik heb wel interesse in politiek, maar ik zal niet zo snel lid worden van een politieke partij, want dan zit ik eraan vast en ik wil me bij de volgende verkiezingen wel vrij voelen in mijn stemkeuze; dat mijn stem niet per sé naar de partij moet gaan waar ik lid van ben”.

Tuurlijk,  je hebt mensen nodig om alles in beweging te krijgen en in beweging te houden. Simpelweg alleen al vanwege de handjes: vele handen maken licht werk. En natuurlijk: hoe meer mensen, hoe groter de impact die je samen kunt maken. Daar gaat het om! Maar dat gebeurt niet alleen door leden. Dat kan ook (juist) zijn door belangstellenden, mensen die hun ervaring met ons op een verjaardag vertellen, volgers op social media, donateurs, stemmers, etc. Kort gezegd: je hebt ambassadeurs nodig, op allerlei verschillende manieren.

Vorige week hebben we een ledenvergadering gehad. Meer dan de helft van de leden was aanwezig. Mooi! Als ik zo om me heen kijk, zet ook bijna iedereen zich wel op de één of andere manier actief in voor In Beweging. Daar ben ik ontzettend trots op! Maar we gaan dus geen doelen stellen voor het aantal leden dat we in een bepaald jaartal bereikt willen hebben. Misschien wel leuk om voor u zelf eens over na te denken: wat zou u veel of weinig leden vinden? En wil je het ledenaantal van ons toch weten? Niks geheims aan, stuur vooral een berichtje!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Beste student van 19,

Ik ken je niet. Ik weet wel dat je 19 jaar bent en dat je social work studeert aan de Saxion Hogeschool in Enschede. Je heet Thomas. Ik zag je op RTV Oost. Daar deden ze verslag van jullie opdracht van school over politiek en jongeren. Voor die opdracht zijn jullie jongeren gaan interviewen over de provinciale verkiezingen. Dat interviewen deed je goed, vol overtuiging; dank daarvoor!

Thomas, ik ben betrokken bij die opdracht aan jullie. Het leek me alleen beter dat niet ik als 40-jarige achter een bureau een opdracht voor jullie zou bedenken. Dat kunnen jongeren beter voor jongeren zelf doen. Toch? Een aantal jongeren uit de lokale politiek in Hof van Twente heeft daarom meegeholpen aan de opdrachtomschrijving. Nu ben ik zo benieuwd Thomas: wat vond je ervan? Op televisie vertelde je al dat “de politieke kennis onder studenten erg slecht is”. En dat je het juist belangrijk vindt dat jongeren ook naar de stembus gaan, want, zoals je zelf op televisie zegt: “jongeren zijn de toekomst!”.

Heb je de uitslagen gevolgd van de provinciale verkiezingen? Mooie opkomstcijfers! Tenminste, hogere opkomst dan vier jaar geleden. Landelijk was de opkomst toen 56,2%, dit jaar 58,2%. In Overijssel was de opkomst bij de vorige provinciale verkiezingen 59,3% en dit keer 64,4%. In mijn eigen gemeente Hof van Twente was het verschil helemaal groot: toen 62,9%, nu 71,2%! In elke provincie is BBB de grootste geworden. Bij ons in Hof van Twente heeft zelfs 43,2% op BBB gestemd! Wat een getallen!

Heb je misschien ook de uitslag van de provinciale verkiezingen gezien als alleen 18 tot 25-jarigen hadden gestemd? Het Ipsos heeft dat uitgezocht in opdracht van de NOS. Dat is dus precies de leeftijdsgroep die ook centraal stond in jullie opdracht. De top 5 op basis van álle leeftijden van mensen die hebben gestemd (vanaf jaar 18 natuurlijk) is: BBB (16 zetels), VVD (10), GroenLinks (8), PvdA (7) en D66 (6). De top 5 op basis van de stemmen van 18 tot 25-jarigen zou er heel anders uitzien, namelijk: VVD (10 zetels), GroenLinks (10), PvdA (7), D66 (7) en CDA (6). BBB komt pas op de 6e plek met 5 zetels… wat een verschil! Wat vind je daarvan?

Vrijdag is er een bijeenkomst met jullie, de studenten van Saxion. Dan gaan we terugkoppeling krijgen wat jullie hebben opgepikt en vooral mee willen geven aan de politiek. Wie weet leidt dat nog tot een vervolgopdracht. Zou mooi zijn! Hopelijk ben jij er ook Thomas, dan kan ik mijn vragen ook live aan je stellen! Weet dan alvast dat ik je het volgende zal vragen: wat vind jij er eigenlijk van, van politiek?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Uitgelichte foto: Thomas (19), links op de foto (bron: RTV Oost)

Foto van Marianne Hutten

Tot in de kleinste details

Iemand zei me laatst: “je moet de details kennen om op globale lijnen te kunnen besturen”. Dat is een hele interessante! Het voelt voor mij als een tegenstelling: aan de ene kant moet je niet teveel op de details zitten (dan blíjf je bezig!), maar tegelijk moet je die details wel kennen om de goede discussie te kunnen voeren en besluiten weloverwogen te kunnen nemen. Ik ben het dus wel met hem eens. Het is weer zo’n hersenpuzzel in de politiek die me bezighoudt. Waar zit de balans?

Een voorbeeld: ik ben voorstander van pré-mantelzorgwonen (ook wel meergeneratiewonen genoemd). In een aantal gemeenten is hier beleid voor. Het is een aanvulling op het meer bekende mantelzorgwonen. Pré-mantelzorg biedt tijdelijke woonplek op het perceel van bijvoorbeeld familie, voor mensen waarvan te verwachten is dat ze op termijn zorg nodig gaan hebben. Hoe mooi als je dan kunt wonen op een plek bij mensen waar je je goed voelt? Volgens mij draagt de mogelijkheid van pré-mantelzorgwonen bij aan de doorstroming op de woonmarkt en heeft het een positieve impact op zaken als samenredzaamheid, eigen kracht en kan het eenzaamheid voorkomen. Als je hier als politiek beleid voor wilt maken, moet je het ook over details hebben, zoals ‘hoe lang is tijdelijk?’. Of zijn dat geen details?

Ik heb geprobeerd mij goed in het onderwerp te verdiepen: hoe doen andere gemeenten dit? Welke voorwaarden stellen zij? Wat zijn de huidige mogelijkheden in onze gemeente? etc. Dat gaat ook over details. Ik heb contact gezocht met de politieke partijen om eerste reacties te horen op het idee. Wat is vervolgens de balans tussen details en globale lijnen?

Ik heb een motie voorbereid, waarbij ik heb geprobeerd om het kort te houden, zodat we door de motie hopelijk het achterliggende principe (‘de globale lijn’) van pré-generatiewonen kunnen bespreken. De details, die laten we dan aan het college. Tenminste, als de raad het idee steunt. Daar ga ik mijn best voor doen! Ik hoop, tegen de tijd dat de motie wordt besproken, op een goede discussie. Ik ben benieuwd hoe gedetailleerd de reacties zullen zijn…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Uitgestoken hand

In mijn laatste blog pleitte ik voor meer informele settings en dat dat heus niet meteen allemaal achterkamertjespolitiek is. Nou, ik ben op mijn wenken bediend! Vorige week vrijdag en zaterdag was een tweedaagse met de hele gemeenteraad, wethouders, burgemeester en ambtenaren.

In deze tweedaagse ging het over de uitwerking van vijf thema’s die de gemeente de komende jaren in beleid centraal stelt (zoals eerder vastgesteld in het visiedocument van de coalitiepartijen CDA, VVD en GemeenteBelangen). Ik wil graag een compliment kwijt over deze tweedaagse. Het was een zeer goede bijeenkomst! De discussies waren constructief en volgens mij is er echt geluisterd naar alle inbreng. Er waren goede gesprekken! De voorzitter heeft de bijeenkomst zeer goed geleid, iedereen heeft de kans gehad om zich ruim tevoren goed voor te bereiden, verwachtingen over en weer zijn uitgesproken en het vervolgtraject was duidelijk. In april gaan we zien wat er met ieders inbreng is gedaan, dan worden de (mogelijk aangepaste) stukken besproken in de gemeenteraad. En ook daarvoor gelden weer verwachtingen.

We hebben allemaal onze inbreng mogen geven, maar of we die inbreng ook letterlijk terug gaan zien, dat is een tweede. Participatie is niet hetzelfde als ‘je zin krijgen’, dat kan niet een realistisch doel zijn. Doel van participatie is om plannen beter te maken en dat mensen zich serieus gehoord voelen. Het college heeft een uitgestoken hand beloofd naar de gemeenteraad rondom het visiedocument. Die ervaar ik ook zo, dank daarvoor! Wordt vervolgd!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Als de microfoon uit staat …

Misschien is het logisch, misschien niet. Maar als die microfoon uit staat… dan worden pas écht interessante dingen gezegd (of misschien beter: geroepen). Ik heb het inmiddels al een paar keer zo ervaren: bij een radio-uitzending, bij verkiezingsdebatten, bij raadsvergaderingen, etc.

Zo was er een keer een verkiezingsdebat bij Hofstreek FM waar fractievoorzitters in wisselende duo’s in de studio stellingen kregen voorgelegd. Dat waren keurige gesprekken. Maar juist in de wachtruimte waar de fractievoorzitters zaten die niet aan de beurt waren, ontstonden interessante, pittige discussies. Dusdanig dat er vanuit de technische ruimte gevraagd moest worden of we wat zachter konden doen, anders kon je ons vanuit de wachtruimte in de uitzending horen …

Of bijvoorbeeld na afloop van een raadsvergadering. Volgens mij is het bij mij inmiddels standaard. Vergadering klaar en ik spring als eerste op om naar iemand toe te lopen: ‘Waarom deed je dit nou? Waar kwam dat argument opeens vandaan? Wat bedoelde je met …?’ En voilà, daar gaat de discussie meestal weer aan.

Of neem politieke bijeenkomsten. Het gemeentehuis sluit om 22.00u. Dan worden we netjes verzocht het pand weer te verlaten. Het gebeurt eigenlijk altijd dat er buiten het gemeentehuis voor de ingang vervolgens gewoon verder wordt gediscussieerd. Vaak heel interessante gesprekken! Ook weer: als de microfoon uit staat …

En waar ‘m dat in zit? Tja, als ik voor mezelf spreek, zijn dat drie redenen. Ten eerste: de sfeer van een vergadering is formeel. Je moet keurig wachten tot de voorzitter je het woord geeft. Er zijn termijnen. Discussies worden vaak gestopt vanwege de beperkte tijd. Je hebt een microfoon voor je neus. Er staan camera’s op. Dat maakt allemaal dat er bij mij geen dynamiek ontstaat. En ten tweede: stiekem ben ik toch bang dat ik iets geks zeg. Dat ik iets vraag wat ik gewoon had moeten weten als ik mijn huiswerk beter had gedaan. Dat ik iets vraag wat volgens de procedures niet zo hoort. Kortom: het moet wel kloppen wat ik zeg. Ten derde: soms gaat het me gewoon te snel. Twee weken terug is er een raadsbijeenkomst geweest die niet goed liep. Ik heb daar volgens mij alleen maar met grote ogen zitten rondkijken: wat gebeurt hier in vredesnaam?! Geen idee wat ik op dat moment kan zeggen om een zinnige bijdrage te leveren (achteraf, ook dat kan je op dat moment gewoon benoemen. Misschien wel juíst benoemen!).

Ik heb drie redenen genoemd waarom de beste discussies (zoals ik ze ervaar) buiten de formele vergaderingen om zijn. Daar zit geen reden bij dat ik stiekem iets wil bekokstoven, een dealtje wil sluiten of iets sneaky wil regelen. In Beweging staat immers voor openheid.

Kan het anders? Hoe krijg je goede discussies die voor iedereen te volgen zijn? Voor mezelf geldt meer ervaring opdoen (dan komt dat snelle schakelen vast vanzelf). In het algemeen geldt volgens mij: vaker informele settings creëren. Met microfoons. Maar die wat mij betreft daarbij best wat langer aan mogen blijven staan…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Volg ons