Strak gemaaid gras

Een strakke grasmat heeft niets met biodiversiteit

Als je de biodiversiteit wilt verbeteren, ga je alle wilde planten toch een kans geven? En niet alles wat je niet kent verwijderen. Daar begint het  mee. Het is ook vaak eetbaar. Net als bij paddenstoelen. Een beetje kennis is wenselijk. Op internet is alles te vinden.

In onze omgeving staat een strakke grasmat nog steeds op plaats één.  En waarom? Zo is het altijd geweest. Het moet er netjes uitzien, want zo hoort het. Zo’n grasmat heeft natuurlijk verzorging nodig. Kunstmestkorrels en kalk voor het perfecte gras. Ja, en…er mag niets anders groeien. En hoe krijgen we dat voor elkaar? Zal wel een of ander giftig goedje voor zijn. En zo zijn de meeste mensen nog steeds bezig. De lente is nog niet begonnen of je  hoort de grasmachines al weer hun werk doen.

Beste mensen, kom In Beweging en geef de biodiversiteit meer ruimte, maai minder en laat bloemen en kruiden staan.

Wel zo efficiënt

Wij hebben in de gemeenteraad het zogenaamde BOB-model. BOB is de afkorting voor de drie stappen hoe in onze gemeente besluiten worden genomen: 1) Beeldvorming, 2) Oordeelvorming, 3) Besluitvorming. Steeds meer gemeenten hanteren deze werkwijze. Het scheelt tijd (geen aparte commissievergaderingen per thema), maar de vraag die ik heb: krijg je zo wel de optimale discussie?

Eerst een toelichting hoe het werkt. Voor stap 1, de beeldvorming, is er de informerende raad. Vaak is dit een (goede en interessante) presentatie van ambtenaren en kunnen er technische vragen worden gesteld door de gemeenteraad én aanwezigen (inwoners dus ook). De vragen mogen niet politiek zijn. Dus je mag wel vragen: ‘kunt u mij het verschil in die bedragen toelichten?’, maar je mag niet zeggen: ‘ik vind het verschil tussen die bedragen te groot, dat moet echt anders!’.

Voor stap 2, de oordeelvorming, staat een onderwerp als meningvormend op de agenda van de gemeenteraadsvergadering. De praktijk leert dat zo’n agendapunt echter meer meninguitend dan meningvormend is. Dat is ook logisch. Het zou gek zijn als je als partij niks hebt gedaan sinds de informerende raad en hier pas gaat nadenken over argumenten. Dus gaat het als volgt: de politieke partijen hebben sinds de informerende raad netjes hun huiswerk gedaan (overlegd binnen de partij, stukken gelezen en wellicht navraag gedaan bij ambtenaren en belanghebbenden) en geven aan wat hun mening is. De vraag die vervolgens belangrijk is, is de volgende: blijft dit uw mening of is er nog iets dat uw mening kan doen veranderen? Mijn ervaring is dat meningen op dit moment echter al gevormd zijn in plaats van gevormd worden. Standpunten zijn al ingenomen. En dus gaan we vaak ter plekke door naar stap 3: de besluitvorming. Als er niet meteen besloten wordt, komt het raadsvoorstel drie weken later als besluitnemend terug op de agenda. Het scheelt dus drie weken in tijd als je meteen een besluit neemt over een meningvormend agendapunt. Dat klinkt wel zo efficiënt. Toch?

Maar dan mijn vraag: is dit wel de optimale discussie? Ik wil juist van partijen de afwegingen horen in plaats van de ‘einduitslag’ (het standpunt). Dat gebeurt nu meestal in aanloop naar de vergadering via telefoontjes naar elkaar. Niks geheims aan wat mij betreft, maar die discussies die dan plaats vinden, zou ik graag in de raadszaal terug zien. Want aan de telefoon is wel oprecht de vraag: is er nog een argument dat jouw van mening kan doen veranderen? En richting inwoners: als zij – nadat ze de meningen hebben gehoord in de gemeenteraadsvergadering – nog willen proberen om raadsleden te spreken om argumenten uit te wisselen, kan dat dus niet meer, want er is soms al meteen over besloten. En ik wil ook voorkomen dat een partij of een individueel raadslid de druk voelt om een agendapunt wel even af te tikken, terwijl die partij nog wat wil uitzoeken.

Een oplossing? Wat mij betreft heel simpel: we gaan de informerende raad met een discussie-onderdeel uitbreiden. Deel 1 van de avond is presentatie en deel 2 van de avond is debat. In plaats van alleen het presenteren van een beleidsconcept, waarbij de raad en belanghebbenden alleen verduidelijkende vragen kunnen stellen, gaan de raadsleden er aansluitend ook over in gesprek. Daarbij is het startpunt dus dat iedereen ter voorbereiding de stukken gelezen heeft. Op die manier win je tijd en kan je met elkaar in gesprek: argumenten uitwisselen, in discussie gaan. En met die bagage ga je vervolgens naar het overleg binnen je eigen partij. Zo vind ik het prima als een agendapunt meninguitend is en we wellicht zelfs meteen beslissen. Dat klinkt transparant én efficiënt. Toch?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Hulp geven versus hulp krijgen

Ik las een keer een interview met Sifan Hassan. Het interview ging natuurlijk over haar ren-prestaties,
maar ook over de cultuur waarin ze is opgegroeid. Ze vertelde dat het in de cultuur van haar
geboorteland Ethiopië een zegen is als je iemand kunt helpen. Op de één of andere manier bleef dat
heel erg hangen. Het zegt eigenlijk dat degene die hulp kan geven dankbaarder zou moeten zijn dan
degene die de hulp krijgt. Ik heb het gevoel dat dat bij ons eerder andersom is…
Ga maar na bij jezelf… waar ben je beter in? Wat geeft een beter gevoel? Iemand helpen of geholpen
worden? Iemand helpen geeft voldoening. Door iemand geholpen worden geeft eerder een gevoel
van krediet naar iemand, dat je iets terug moet doen.
Ik heb vaak het gevoel dat onze maatschappij erop gericht is dat we anderen gaan helpen en dat wij
als politiek daar het bijbehorende budget bij moeten regelen. En als het ons lukt om zoveel mogelijk
mensen te helpen, geeft dat een trots gevoel. Oh, wat doen we het dan goed! Daar mag de
geholpene wel heel dankbaar voor zijn! En o wee als diegene dan niet dankbaar genoeg is. Maar is
het niet andersom? Zoals Sifan Hassan vertelde: wat een zegen als je de mogelijkheid hebt om
iemand te helpen!
Voor iemand anders klaar staan geeft een goed gevoel. Andersom, steeds hulp moeten accepteren is
verrekte lastig. De geholpene wil die hulp helemaal niet nodig hebben, die wil het alles het liefst zelf
kunnen. Hulp geven kost tijd, moeite en geld; vraagt vaak puzzelwerk in planning en dat klinkt
allemaal als zaken dat je dankbaar moet zijn dat iemand dat voor iemand anders over heeft. Maar er
is een belangrijk verschil: het is de helper die zelf beslist. Degene die hulp nodig heeft, heeft geen
keuze. En daarmee kom ik bij mijn punt voor politiek beleid. Wat ons betreft moet politiek beleid
gericht zijn op zelfredzaamheid. Niet omdat we niet willen helpen, maar iemand leren hoe die
zichzelf kan helpen is beter. Ik ben blij dat we dit steeds meer terug zien in ons gemeentebeleid en
daar zullen we als In Beweging scherp op blijven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan thema’s als fysieke
toegankelijkheid (dat je zelf je boodschappen kunt doen tot zelf kunt stemmen bij de verkiezingen)
voor ouderenzorg (nu actueel met de woonzorgvisie die voorligt bij de gemeenteraad, waar focus ligt
op zelfregie voor ouderen) tot de opvang van vluchtelingen (regelen we alles voor ze, omdat er een
taalbarrière is of laten we ze steeds meer dingen zelf oppakken). Zelfregie geeft gevoel van trots,
gevoel van controle en gevoel van onafhankelijkheid. Dat gunnen we toch iedereen? En mooi
meegenomen, ik denk dat het op termijn ook nog eens geld scheelt. Waarmee we vervolgens weer
anderen op weg kunnen helpen…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging