Dan wil ik nog wat met u delen

De laatste raadsvergadering voor de zomervakantie is altijd een pittige. Zo ook vorige week. Op de agenda stonden financiële stukken over 2023, de verantwoording over het eerste deel van 2024 en de kaders voor de begroting van 2025. Deze vergaderingen gaan over veel verschillende onderwerpen, kosten veel voorbereidingstijd en de vergadering wordt verdeeld over twee avonden. Zo ook vorige week. Inhoudelijk is er vorige week dan ook veel besproken. Maar er was ook iets opmerkelijks waar ik in dit blog bij stil wil staan. Elke politieke partij mag bij de begrotingskaders zes minuten aan het woord, voordat de andere raadsleden vragen mogen stellen of met elkaar in debat gaan. André Elbert van de VVD leek na vier minuten af te ronden, maar zei toen: ‘dan wil ik nog wat met u delen’. Het werd opeens muisstil in de raadzaal. Wat ging André Elbert zeggen? Het zou duidelijk niet gaan over de financiën. Zijn toon en stem klonken anders. Zoals de raadsvergaderingen even een zomerstop houden, houdt mijn blog ook een zomerstop. Maar niet voordat ik wil afsluiten met de woorden die André Elbert vorige week in de raadzaal uitsprak. Het is goede stof om in de zomervakantie op te kauwen. André Elbert vervolgde:

“We merken dat meerdere mensen in deze raad het niet prettig vinden hoe er met elkaar wordt om gegaan. Er is al in meerdere gremia over gesproken en wellicht is dit niet de goede plek. Allen mogen hun mening uiten aangaande vele onderwerpen en blijf dat vooral doen, maar met wat meer respect naar elkaar, niet iedereen hoeft het eens te zijn met een mening. We zitten hier allen om onze Hof van Twente een stukje mooier te maken en laten we ervoor zorgen dat politiek raadswerk leuk blijft of wordt zodat we ook na de verkiezingen van 2026 nog nieuwe mensen in de raad krijgen.”

Ik sluit me aan bij zijn oproep! Ik wens iedereen een mooie en inspirerende zomerperiode!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

leliebollen

Ik durf het bijna niet te zeggen

Ik durf het eigenlijk niet hardop te zeggen. Dat ik tegen ben. Eerst verwoordde ik het daarom nog als ‘ik maak me zorgen’. Ik ben dan ook bewust met die insteek gesprekken aangegaan. Met voor- en tegenstanders. Ik hoopte argumenten te horen die mijn zorgen zouden wegnemen. Ik wil  namelijk niet tégen iets zijn. Dat kost energie. Ik wil vóór goede ideeën zijn. Dat geeft energie. En ik woon in het buitengebied. Er zijn veel agrariërs in ons buurtschap. Ik gun ze de wereld. Ik merk dat ik er tegen mijn buren moeilijker over durf te beginnen dan bij anderen. Maar mijn persoonlijke woonomgeving moet ik niet meenemen als raadslid. In de raadsvergaderingen heb ik ook mijn zorgen geuit. Net als D66. Namens In Beweging heb ik ook schriftelijke vragen gesteld. Hopend dat iemand mij kon overtuigen dat er niks aan de hand was en klaar, de focus zou weer naar een ander onderwerp kunnen. Hoopte ik. Maar het tegenovergestelde is gebeurd. Ontwikkelingen en tegenargumenten hebben zich de laatste maanden juist opgestapeld. Ik ben niet gerustgesteld. Mijn zorgen zijn alleen maar groter geworden.

Waar ik het over heb? Ik heb het over lelieteelt en glyfosaat.

Daar moeten we als gemeente echt iets mee. En dat kan ook. Te beginnen met te erkennen dat lelieteelt en glyfosaat beide schadelijk zijn voor de gezondheid. De gemeente schrijft al in haar eigen nieuwsbrief “Ons buitengebied” het volgende over gewasbeschermingsmiddelen: “voor een goede oogst is het beschermen van het gewas tegen ziektes en schimmels zeer belangrijk, maar er is ook zorg over nadelige effecten voor de gezondheid en biodiversiteit”. Als we dat met elkaar écht menen, moeten we naar de volgende stap: ermee stoppen. Maar zo simpel kan je dat natuurlijk niet zeggen. Kan dat zomaar? Hoe dan? Zijn er alternatieven? Wat is daarvoor nodig? Welke afwegingen zijn er te maken? Worden de zorgen gedeeld door grondeigenaren en agrariërs? Hebben zij zelf ideeën? Wordt er al geëxperimenteerd met projecten?

Bij de gemeente is gezondheid een kernbegrip in het visiedocument. Centraal staan de ‘Gezonde Verbinding’ en de ‘Gezonde Leefomgeving’. Dat laatste gaat – volgens de beleidsstukken – over een integrale visie op klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie én duurzame landbouw. Daar horen wat ons betreft de onderwerpen lelieteelt en glyfosaat ook bij. Zoals gezegd: ik wil niet ergens tegen zijn. Ik wil vóór iets zijn. En dat is in dit geval ook: ik ben voor een gezonde leefomgeving. Voor iedereen. Hopelijk kunnen we met z’n allen aan een goede oplossing werken voor het probleem rondom de gezondheidseffecten van lelieteelt en glyfosaat. Voor In Beweging is dit een prioriteit!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging