Zeggenschap

Ik wil het met u hebben over het woord participatie. Dat vind ik een verwarrend woord.

De helft van de mensen denkt namelijk bij het woord participatie aan ‘meedoen in de samenleving’. Bijvoorbeeld als in: krijg ik op school dezelfde kansen als iedereen? Heb ik dezelfde toegang tot werk als iedereen? Hoe zijn de sociale netwerken? De andere helft van de mensen denkt bij het woord participatie aan wat anders, namelijk aan ‘meedoen in besluitvormingsprocessen’. Bijvoorbeeld als in: ben ik geïnformeerd over een wegafsluiting? Mag ik mijn mening geven over de biodiversiteitsplannen? Mag ik meebeslissen over de inrichting van een nieuwe woonwijk?

De overlap in beide begrippen is dat iedereen moet kunnen meedoen, zowel jong en oud, man en vrouw, met beperking en zonder, etcetera. In een krantenartikel, gesprek of beleidsstuk is het echter wel belangrijk om meteen te weten over welk soort participatie het gaat. Daarom heb ik een simpel voorstel voor het gebruik van het woord participatie. Mijn voorstel is als volgt: als het gaat om meedoen in de samenleving, blijven we het woord participatie gebruiken. Als het gaat om meedoen in besluitvormingsprocessen, gaan we het woord participatie vervangen voor het woord ‘zeggenschap’. Dat is immers in de kern waar deze vorm van participatie om draait: hoeveel zeggenschap iemand krijgt in een besluitvormingsproces. Laten we dat dan ook zo concreet benoemen!

Nul zeggenschap is dan dat je als inwoner alleen wordt geïnformeerd (en soms zijn er ook situaties die niet meer dan dat vragen) en maximaal zeggenschap is dat inwoners zelf mogen beslissen. En daar zitten – net als in het huidige participatiebeleid van de gemeente – allemaal gradaties tussen. Dat blijft hetzelfde. Alleen het woord participatie vervangen we voor zeggenschap. Daar wordt het volgens mij alleen maar duidelijker van!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Vijf nieuwe lokale politieke partijen

Groep 7 stapt binnen in de raadzaal van het gemeentehuis. Kijken om zich heen: wat een zaal! Waar mogen we zitten? Vanmorgen zijn deze leerlingen voor één ochtend gemeenteraadsleden! Ze krijgen uitleg: over de raadzaal, de burgemeester, de wethouders, hoeveel raadsleden er zijn en nog veel meer. Maar ze gaan vooral aan de slag. Ze gaan in groepjes hun eigen politieke partij oprichten. Met eigen standpunten. Gaan vervolgens voor het spreekgestoelte vertellen waar hun partij voor staat en dan gaat het echt gebeuren. Ze gaan met elkaar een fictieve stad in elkaar zetten. Ze mogen om de beurt een gebouw kiezen uit de rij die staat opgesteld. Ze houden een pleidooi waarom deze stad juist dit gebouw nodig heeft en dan wordt er gestemd. Met natuurlijk als doel: lukt het je om een meerderheid te krijgen? In Beweging heeft er eerder voor gepleit om kinderen meer bij politiek te betrekken. De gemeenteraad heeft dat idee gesteund en hier staan we dan met de eerste klas die voor één dag gemeenteraad mag zijn.

En zo gebeurde het dat Hof van Twente even vijf politieke partijen rijker was: de KMV, BKVI, VVN, PVG en de GVN. Oftewel: de partij Klimaat Moet Veranderen, Beter Klimaat voor Iedereen, Veilig Voor Nederland, Partij van het Groen en Goed Voor Nederland. En ze durven gewoon in de microfoon, met jezelf megagroot op het scherm, te vertellen waar ze voor staan. Van veilig verkeer tot natuur, van een goede opvoeding tot meer doen voor het klimaat.

Hoe kunnen deze leerlingen zo uit het niks zo’n goede discussie houden? Moet er een fabriek in deze stad? De ene partij vindt van wel, want er is werk nodig voor de mensen. De andere partij vindt van niet, mensen kunnen ook werken bij één van de andere gebouwen, zoals het ziekenhuis of de school. Is er überhaupt wel personeel? Zijn volkstuinen of een boerderij beter om aan gezonde groenten te komen? En een middelbare school is wel leuk, maar is het niet nog belangrijker om eerst een basisschool te hebben? Een supermarkt kan meteen als voedselbank fungeren, want je moet ook denken aan de mensen die het eten niet kunnen betalen. En vooral veel bomen, parken en zonneparken. Die krijgen allemaal makkelijk een meerderheid. Het enige wat mij verbaast, is dat kinderen totaal geen culturele gebouwen kiezen. Geen bioscoop, theater of museum. De stad staat in no time vol!

En dan gaan ze mij interviewen: of het leuk is, of ik het niet spannend vind om te doen, of ik wel eens verdrietig ben als mijn idee niet genoeg stemmen krijgt en of je ook een opleiding nodig hebt om gemeenteraadslid te worden. Nee, je leert raadswerk door te doen. Iedereen kan zich verkiesbaar stellen! En hopelijk gaan deze kinderen dat ook ooit doen. Aan het enthousiasme zal het niet liggen. Bij de jas aantrekken hoor ik kreten als ‘dit was echt gaaf!’. De volgende klas staat al te trappelen om ook de raadzaal in te gaan. Benieuwd wat voor ideeën en argumenten zij laten horen waar wij als volwassenen door worden geïnspireerd!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging