Wat wíl ik met dit stuk?

Als raadslid kom ik altijd tijd tekort. Ik wil altijd meer doen, maar er zitten nu eenmaal maar 24 uur in een dag… Dus dat betekent: keuzes maken! Daarnaast is het altijd puzzelen om rolvast te blijven als raadslid. Als raadslid heb je drie rollen: je bent kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend. Maar: waar eindigt bijvoorbeeld de  kaderstellende rol en is het uitvoer voor het college? Dat is vaak een grijs gebied. Op de raadsexcursie kregen we recent een goede tip mee. Als je de raadsagenda ontvangt, zitten er altijd heel wat stukken bij de agendapunten. Als je zo’n stuk erbij pakt, hebben de  meeste mensen (ik ook!) de neiging om het stuk open te maken en zo snel en tegelijk zo goed mogelijk het stuk te gaan lezen (al dan niet met wat hulp van bijvoorbeeld een cursus snellezen of door chatGPT aan het werk te zetten). Bij het bekijken van het stuk heb je dan continu de vraag in je hoofd: “wat vind ik hiervan?” En aansluitend: ben ik het ermee eens? Komt dit overeen met wat we eerder hebben afgesproken? Klopt alles wat er staat? Is het een compleet stuk? Is dit participatief gedaan? Etc. Kortom: veel vragen die je jezelf stelt tijdens het lezen. De tip was: doe het stuk vooral juist niét meteen open. Stel jezelf eerst de vraag: “wat wíl ik met dit stuk?” Wat wil je terugzien? Noteer dat en ga dan pas lezen. Deze manier dwingt je scherp te blijven op je eigen doelen. Ik ga de tip maar eens proberen. Eens zien of het tijd scheelt en vooral, of deze manier helpt om mijn focus te houden op onze kaderstellende en controlerende rol als raadslid. Er zijn
genoeg stukken om mee te oefenen; ik ga aan de slag!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

De Dwarszitter

Ik heb het vaak over participatie. Burgemeester Ellen Nauta tipte mij dat ik dan eens het inspirerende boek ‘een wereld van gemeenschappen’ moest lezen van Floor Ziegler en Teun Gautier. Dat heb ik gedaan. Het boek blijkt een bevlogen opsomming van voorbeelden door heel Nederland waar de gemeenschap de kans krijgt of zelf neemt om aan het roer te staan. En daar zijn vaak creatievelingen bij, de zogenaamde ‘stadmakers’. Energieke, doorzettende en inspirerende mensen die overal kansen zien en verbindingen kunnen leggen. Aanjagers eigenlijk. Het is hoopvol dat het boek zoveel voorbeelden weet te beschrijven, van Amsterdam tot Reduzum (Friesland). Het is fantastisch, maar pfoei, het is wel level 2.0 van participatie! Als gemeente moet je loslaten, vertrouwen geven, buiten de bestaande regels willen denken en durven handelen. En het zijn geen meetbare kop-staart-projecten.

Wat steeds terugkomt in het boek, zijn de omgevingswandelingen. Je loopt – bij voorkeur in duo’s – door straten en buurten en je gaat in gesprek met iedereen die je maar tegenkomt, van kinderen in de zandbak tot hangjongeren of hangouderen in het park tot vaders en moeders bij een school. Soms gaan ze op pad met een specifieke vraag, maar meestal gaan ze op pad met drie open vragen: wat zijn de belangrijkste thema’s in jouw buurt? Wat zijn de belangrijke plekken? Wie zijn de sleutelfiguren?

Ik kwam in het boek ook de Dwarszitter tegen. Een soort stoel die je letterlijk dwars op een bankje kunt zetten, zodat je in gesprek kunt met mensen met de vraag ‘wat zit je dwars?’. Mooi bedacht! Misschien heb ik onder een steen geleefd, want toen ik daarna op internet ging zoeken blijkt die dwarszitter al in veel gemeenten gebruikt te zijn. In Hof van Twente heb ik die nog niet meegemaakt… Het knappe van de omgevingswandelingen en van voorbeelden zoals de Dwarszitter, is dat er geen verwachtingen worden gewekt. Het is oprechte interesse, luisteren zonder oordeel en zonder in te vullen voor de ander. De kunst is achteraf de inbreng van mensen aan elkaar te knopen.

Ik ben zelf een aantal keer bij de uitgang van een supermarkt gaan staan. Juist omdat je daar veel verschillende mensen spreekt in plaats van degene die naar informatieavonden komen. Ik zeg dan dat ik gemeenteraadslid ben en dat ik nieuwsgierig ben wat mensen van de lokale politiek weten of vinden. Soms komt ter sprake van welke politieke partij ik ben, soms niet. Soms worden het heel korte gesprekjes, soms gaat er een waterval aan (helemaal als je een paar keer doorvraagt). Een meneer van 72 “vindt het allemaal een zooitje. Vroeger was alles anders! Boeren en wegzitters moeten niet op deze manier demonstreren”. Een dame van rond de 40 klinkt verontschuldigend als ze zegt “ik stem wel, maar geen interesse, ik geef het stembriefje aan mijn man”. Een oudere dame weet niet meer wat ze moet geloven, want “wat is waar wat sociale media schrijven?” Wat me vooral opvalt: de gemeentegrens lijkt voor inwoners te stoppen bij ieders eigen woonplaats. En het tekort aan huizen! Het lijkt wel of iedereen daar een mening of eigen ervaring over heeft. Het zijn geen omgevingswandelingen, maar ik zou deze ‘bij-de-supermarkt-gesprekken’ veel vaker willen doen. Het is interessant, leerzaam en trekt je vooral weer even uit je politieke bubbel. Waardevol dus! Nu nog een dwarszitter zien te regelen…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging