Dát zou stoer zijn

Je mag geen reclame maken op of rond het stembureau. Dat is een duidelijke en strikte regel. Dus geen posters of flyers, geen kleding met partijslogans of stemadviesgesprekken met iemand achter het stembureau. Maar! Gek genoeg mag je in het stemhokje zelf nog wel reclame maken. Dan heb ik het over lijstduwers.
Lijstduwers zijn mensen die op de kieslijst staan om de partij te steunen, maar die niet bereid zijn om plaats te nemen in de politiek als ze gekozen worden. Dit gebeurt landelijk, provinciaal en lokaal. Ze zijn ambassadeur voor hun partij. Ze zijn pure reclame. Ik vind dat om twee redenen niet goed. Ten eerste omdat er dus geen reclame gemaakt mag worden bij het kiesbureau, terwijl je in het stemhokje zelf nog even een paar promoters onder je neus krijgt. Ten tweede vind ik het kiezersbedrog. Ik vind dat je mag verwachten dat als je je stem uitbrengt op iemand, dat diegene ook daadwerkelijk in de tweede kamer, provinciale staten of gemeenteraad gaat. Het heet immers een kieslijst. Het heet geen ‘je-mag-jouw-stem-op-me-uitbrengen-maar-ik-ben-eigenlijk-bedoeld-als-reclame-dus-ik-zal-bij-genoeg-stemmen-niet-in-de-politiek-gaan-lijst’.
En dan hoor ik: “ja, maar, ik sta laag, dus ik verwacht niet dat ik erin kom”. Nou, de praktijk leert dat dat toch met regelmaat gebeurt. Of ik hoor: “Ja, maar anders is onze kieslijst zo kort”. Nou, dan is dat zo. Dat is wel zo eerlijk naar de kiezer toe. Toch?
Ik pleit er daarom voor om de mogelijkheid van lijstduwerschap af te schaffen. En zo lang dat niet zo is, als politiek te zeggen: wij doen er niet meer aan. Te beginnen bij de lokale politiek. Hoe stoer als alle politieke partijen bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen (ja, dat duurt nog even, maar dan hebben we bij deze ruim de tijd om erover na te denken) geen lijstduwers meer hebben! Of weet iemand een argument waarom lijstduwerschap wél een goed idee is?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Komt tijd, komt raad

“Zit jij alweer helemaal in het schoolritme?” Volgens mij één van de meest gestelde vragen van afgelopen week onder ouders. En als daarna meest gestelde vraag: “Hebben de kinderen er weer zin in?” Hetzelfde geldt voor politiek. Ook politiek is weer begonnen en daar gelden beide vragen ook voor. Voor politiek geldt het driewekelijks ritme van steunfractieoverleg (voorbereidend overleg op een raadsvergadering) en de raadsvergaderingen (informerend over een bepaald onderwerp of een vergadering met ruimte voor debat en besluiten). Met daaromheen allerlei andere overleggen, leeswerk en uitzoekwerk. Dat ritme pik je zo weer op! De tweede vraag, of ik er weer zin in heb, vind ik lastiger.
Niet omdat ik politiek niet leuk vind, maar omdat ik het zo’n tijdspuzzel vind. Je wilt het graag goed doen. Ik wil me ergens op tijd in verdiepen, rondvragen en het liefst over elk onderwerp. Maar dat kan niet. Neem alleen al deze maand september, daar staan twaalf uitnodigingen voor raadsleden in!
Dat staat dus los van overleggen binnen onze eigen partij en los van afspraken en uitzoekwerk rondom een bepaald onderwerp. In mijn geval, moeder van drie kinderen, waarvan één dreumes, vind ik dat een enorme frustrerende puzzel. De dreumes gaat simpelweg huilen als je een telefoontje wilt doen (daar hebben jonge kinderen een speciale sensor voor) en juist als je even de laptop aanzet, valt ze of is er weer een vieze luier. Of iets anders. Geconcentreerd werken vind ik daarmee lastig. Voor mij zijn het de kinderen, voor een ander is het misschien een drukke baan, een studie, mantelzorger zijn of misschien een tijdrovende hobby, die maakt dat je niet al het raadswerk kunt doen wat je zou willen doen.
Naar mijn gezin voel ik me ook vaak schuldig als ik weer een avond weg ben. Gelukkig doet mijn man er niet moeilijk over en heb ik veel geluk met een schoonmoeder die altijd klaar staat, maar ik kan die knop maar moeilijk uitzetten dat ik me richting hun niet schuldig voel. En waar ik al moeite heb om voor een vergadering of bijeenkomst oppas te regelen, heb ik dat helemaal als ik simpelweg concentratietijd wil, zodat ik achter de laptop kan of bellen zonder afgeleid te worden.
De oplossing? A) Knop toch omgezet krijgen. B) Keuzes maken dat je niet overal naartoe kan. C) Stoppen met politiek. D) Anders, namelijk… Nou, oplossing A lukt me al twee jaar niet, dus ik denk niet dat dat me nu dan wel opeens lukt. Oplossing B moet ik leren, daar zit wat ruimte. Oplossing C is voor deze periode geen optie, ik ben immers voor vier jaar als raadslid gekozen. Oplossing D is nog wel een interessante… Ik denk dat dit probleem namelijk voor meer raadsleden herkenbaar is.
Misschien met de raad eens bespreken? Misschien kunnen we de vraag omdraaien: waarom tijd zoeken? Kunnen we niet beter minder tijd van elkaar vragen? Want worden we echt overal verwacht? Wordt het je kwalijk genomen als je er niet altijd bent? Als je een onderwerp niet oppakt omdat je liever minder dingen goed wilt bekijken in plaats van alle dingen oppervlakkig? Maakt dat je een slecht raadslid? En de vraag die me daarmee ook bezig houdt: schrikt dit mensen af om zich in te zetten voor lokale politiek? Dat iemand zich wel voor de eigen gemeente wil inzetten, maar opziet tegen de tijd die het kost en er daarom vanaf ziet? Dat zou ik zonde vinden! Hoe kunnen we dat voorkomen? Ik denk dat het goed is als we hier als raad met elkaar over (blijven) hebben… Wordt hopelijk vervolgd. Als het aan mij ligt, wel!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging