Foto van Marianne Hutten

Die opmerking van Pieter Omtzigt

Ik merk dat ik in gesprekken met mensen regelmatig een opmerking van Pieter Omtzigt aanhaal. Dat zegt mij genoeg dat ik dat een waardevolle opmerking vind en daarom nu ook eens in mijn blog wil benoemen.

Het is een opmerking die hij regelmatig herhaalt in interviews, optredens en social media.
Een opmerking die voor mij toch een eye-opener was toen ik die voor het eerst hoorde.
Een opmerking die mij namelijk laat beseffen wat de rol is van een politicus in de Eerste en Tweede Kamer en ook in de gemeenteraad.

De opmerking waar ik naar verwijs, is bijvoorbeeld te lezen op twitter. Pieter Omtzigt schrijft daar: ‘Vergeet niet, ik zit er niet voor mijn eigen kiezers of voor het CDA. Artikel 50 van de Grondwet is kraakhelder. De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk. Volksvertegenwoordiger is het hoogste ambt dat we kennen in dit land’.

Kortom: je zit er voor iedereen!

En dat geldt ook voor raadsleden. Want als je even opzoekt hoe dat in de Gemeentewet is verwoord, staat er een heel korte (ja, er staan soms ook korte teksten in wetten!), bondige en duidelijke zin in artikel 7: ‘de raad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de gemeente’.

Dus: als gemeenteraadslid zit ik er voor iedereen. Ik heb niet altijd het idee dat iedereen dat zo ziet of ervaart. Vanuit het idee: ‘je bent toch niet voor niks een politieke partij! De kiezer heeft toch juist míjn partij gekozen en niet die andere!’ Tuurlijk, dat is waar. Je bent ook niet voor niets gekozen. Kiezers weten van jouw standpunten en hebben juist jou het vertrouwen gegeven dat jij degene bent die de capaciteiten heeft om een goed raadslid te zijn. Maar ik zit er niet alleen voor de 1912 kiezers die op In Beweging hebben gestemd. Bij elk agendapunt heb ik de verantwoordelijkheid om kennis te nemen van álle belangen en overwegingen. En die verantwoordelijkheid geldt voor elk raadslid.

Eigenlijk is de uitspraak van Pieter Omtzigt voor mij de bevestiging hoe ik de politiek zie en hoe ik me in de politiek wil gedragen. Dat heb ik al heel vaak gezegd, maar bij deze nogmaals. De oproep is heel simpel: laten we het over de inhoud hebben. Een goed idee is een goed idee, maakt niet uit van wie of welke partij het komt!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Anders wordt het ook zo saai

Daar zit je dan. Met je mooie bos bloemen. Te wachten tot ein-de-lijk dat gepraat over de coalitievisie voorbij is en je gewoon jouw familie of vriend(in) mag feliciteren met zijn/haar installatie als wethouder voor de komende vier jaar. De publieke tribune in het gemeentehuis zat afgelopen week vol. Het publiek kwam echter niet omdat ze naar de inhoud wilden luisteren, ze wilden gewoon feliciteren. 

“Toen werd het pas echt leuk. Ik heb de chips erbij gepakt en ben er eens voor gaan zitten”. Zomaar een reactie van iemand die de extra raadsvergadering van 6 april online had bekeken en op deze manier reageerde toen Fred Rijkens en Wim Meulenkamp feller op elkaar reageerden. De reactie vanuit In Beweging in die vergadering was toen ‘zullen we terug naar de vraag?’. De reactie van deze luisteraar was echter: ‘nu wordt het pas echt interessant’.

Tot zover twee voorbeelden.

Vanuit In Beweging willen we respectvolle, verbindende politiek. En politiek aantrekkelijk maken. Ik heb het idee dat kiezers vooral spektakel willen zien. Anders is het niet aantrekkelijk. Anders is het niet interessant om te volgen of om over te lezen. Terwijl wij het juist over de inhoud willen hebben. Moeten we dan maar showtje opvoeren om politiek aantrekkelijk te maken? Daar wil ik niet aan meedoen. Slingers ophangen? Nee, lijkt me ook niet echt van meerwaarde. Muziekje erbij? Ook geen meerwaarde. Persoonlijke aanvallen doen? Nee, juist niet. Het moet toch om de inhoud gaan?! Ik denk dat je politiek alleen aantrekkelijk maakt als inwoners en ondernemers hun eigen inbreng terug horen. In de raadsvergaderingen, in de krant, in het gesprek op straat, gewoon een telefoontje.

Als ik dit onderwerp bij politici aankaart (spektakel versus respectvolle politiek), verbaast me echter dat sommigen ook gewoon zélf zeggen dat het allemaal wel met wat meer reuring mag: ‘anders wordt het ook zo saai, dat maakt politiek toch juist leuk?!’. Eh, wat mij betreft toch niet. En als je er zelf zo in zit als politicus, wat kan ik dan van onze kiezers verwachten? Zullen we niet gewoon met elkaar andere manieren bedenken hoe politiek aantrekkelijker wordt? Misschien toch een show met een quizmaster, filmpjes, tafelgasten en reclameblokken? Roept u maar!

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Recht van klagen

Ik kan er niet zo goed tegen. Mensen die klagen. Zeggen wat er allemaal niet goed is. Alleen klagen brengt niks. Ik vind: klaag niet alleen; kom dan ook met een suggestie hoe het wél zou moeten. En zie daar: twee van mijn dilemma’s.

Eerst het dilemma over wel/niet ‘klagen’. Als raadslid heb je simpelweg op te letten. Als raadslid heb ik vragen te stellen als zaken naar mijn idee niet duidelijk zijn, niet volgens afspraak of gewoon omdat ik denk dat een bepaald plan geen goed idee is. Dat is (onder andere) mijn taak als raadslid. Maar ik wil niet ‘vragen stellen om het vragen stellen’ of ‘vragen stellen om te klagen’. Volgens mij brengt dat niks. Ik wil wel kritische vragen stellen als dat moet. De lijn tussen klagen en kritische vragen stellen is soms dun.

Iemand die in een andere gemeente raadslid is, vertelde me dat hij het raadslidmaatschap als een soort ouderschap invult. Je geeft regels (kaders) mee aan je kind. In het vertrouwen dat jouw kind daar goed mee omgaat. En soms stel je vragen, wijs je ergens op, maar dat is het. Maar! Als jouw kind vervolgens misbruik maakt van de gestelde regels (kaders) of iets doet wat echt niet kan, dan zal hij/zij dat weten ook! Die vergelijking sprak me wel aan. Dus zo ben ik het ook gaan zien. Ik wil vertrouwen geven aan het bestuur en blijf ondertussen scherp. Dat mag. Dat moet. Vind ik. Zo wil ik het insteken. Dat is geen klagen, dat is elkaar scherp houden.

En om dan ook meteen maar antwoord te geven op het tweede dilemma: moet ik dan ook altijd maar meteen met een alternatief komen? Nee, als raadslid hoeft dat niet. Wellicht heb ik wel een suggestie. Misschien ken ik een andere gemeente die voor hetzelfde probleem al een oplossing heeft bedacht. Maar dat hoeft niet. Ik kan en mag aan het bestuur van de gemeente vragen om andere oplossingen te (onder)zoeken.

Heeft u misschien de documentairereeks ‘Sander en de Kloof’ gezien? In één van de afleveringen kwam een meneer aan bod die vertelde dat er aan twee voorwaarden voldaan moet worden om iets te veranderen: 1) dat iemand iets écht niet wil en 2) dat iemand écht gemotiveerd is zich in te zetten voor een oplossing. Het klinkt als een open deur, maar ik heb dat goed in mijn oren geknoopt. Het is heel simpel: je moet het belangrijk genoeg vinden. Pas dan verandert er wat. En dan kom ik terug bij mijn begin. Alleen klagen brengt niks. Meedenken en meedoen wel. En anders heb ik ook geen recht van spreken. Eh, recht van klagen.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Het wordt de Dordogne

Ik, roepend vanaf achter de computer: “Schat, het wordt een stacaravan in de Dordogne! Van 24 juli tot en met 12 augustus. Ik heb het uitgezocht. Altijd lekker warm daar. Dat is het goedkoopst en voor de kinderen is er genoeg te doen. Ik druk nu op de knop van ‘boeken’, hoor!”

Ik weet niet hoe bij u thuis het regelen van de vakantieplannen gaat, maar bij ons thuis in ieder geval niet op deze manier. Ik denk niet dat mijn man er blij van wordt als ik hem even mededeel wat ik voor hem heb bedacht wat de beste vakantie voor ons is.

Alleen als hij dus heel snel a) beseft wat ik net heb gezegd en daar ook iets heel snel van weet te vinden en b) binnen diezelfde tijd naar mijn computer rent om te zorgen dat ik niet op ‘boeken’ klik, kan hij voorkomen dat we naar de Dordogne gaan deze zomer. Of anders gezegd: dan mist hij de kans om met mij te overleggen of het toch niet een kampeervakantie in Normandië kan worden.

Mijn gedane vakantie-uitzoekwerk is goed bedoeld. Mijn uitzoekwerk bespaart toch tijd voor hem en ik ken hem toch wel goed genoeg wat hij en de kinderen leuk zullen vinden als vakantie? En ik zal toch echt wel mijn uiterste best gedaan hebben om ook echt de beste keuze te maken voor ons – ik ga immers zelf mee!

Misschien is er ook niks mis met de Dordogne. Misschien ook niks mis met die stacaravan. Misschien niks mis met die periode. Maar er is niks gevraagd. Er wordt alleen medegedeeld. Zelfs al zouden we van tevoren hebben afgesproken dat ik de vakantie mocht regelen. Zelfs al zouden we van tevoren de ‘kaders’ hebben afgesproken (ongeveer die periode, ongeveer die prijs, ongeveer die regio in dat land, een chill of actieve vakantie, etc). Dan nóg is het best prettig dat er nog even gecheckt wordt: ‘Ik heb dit uitgezocht. Volgens mij past dat helemaal in wat we zouden willen. Klopt dat? Mooi, want dan ga ik dat nu regelen’. Mijn man kennende, kijkt hij dan toch nog even mee en ziet bijvoorbeeld dat als we een dag later gaan, we flink minder betalen en dat dat dan toch een betere optie blijkt. Of hij ziet dat op die camping toch nog een plekje vrij is die dichter bij de speeltuin is. Kortom: even zuchten (‘argh, ik dacht dat ik klaar was met uitzoeken, nu duurt het nog langer’), maar de vakantie gaat er beter van worden!

U raadt vast wel waarom ik dit voorbeeld geef. Iets met participatie. Of anders gezegd: iets met betrokkenheid. Als gemeente maak je vaak genoeg goedbedoelde plannen. We willen allemaal een betere, mooiere, toekomstbestendige Hof van Twente. Maar vanaf welk moment betrek je degene om wie het gaat? Om even in de metafoor van de vakantie te blijven: doe je dat vanaf de vraag ‘zullen we op vakantie gaan?’ Of vanaf de vraag: ‘we gaan in ieder geval op vakantie, waar moet die vakantie aan voldoen?’ Of vraag je ook het uitzoekwerk samen te doen? Of krijgen de mensen een brief op de deurmat met de mededeling: “Beste inwoner, we hebben dit plan voor u uitgedacht. We hebben aan alles gedacht. Het is echt het beste voor u. Dus dat gaan we doen. We sturen u deze brief, want dan weet u dat. Mocht je het tóch geen goed plan vinden, kan je een zienswijze indienen”. Het plan is goedbedoeld. Op alle moeilijke vragen zijn al antwoorden bedacht. Maar het gevoel blijft dat je als inwoner dan met 10-0 achter staat. Waar komt dat plan opeens vandaan? Ik had mijn ideeën ook wel in willen brengen! Wat houdt dat plan dan eigenlijk in? En moet je toch nog snel voor de zekerheid een zienswijze indienen? Want stel je voor dat je dat niet hebt gedaan en je de kans hebt gemist bezwaar te maken? Kortom: zie dus de vergelijking met hoe je thuis de vakantie regelt.

Participatie is kneiter-ingewikkeld. Ik wil niet zeggen dat we in gemeente Hof van Twente geen participatie doen. Ik wil wel zeggen dat het altijd beter kan. De perfecte participatie is wat mij betreft ook een utopie. Niet iedereen zal na afloop van een project zeggen ‘wat ben ik hier fantastisch bij betrokken’. Maar het is wel het streven. Participatie – ik zeg liever ‘betrokkenheid’ is lastig op papier te vatten in een beleid en dat je dat op elke situatie precies zo kunt toepassen. Participatie is een kwestie van doen. En daarvan leren. En dat oprecht doen. Zoals Stephen Covey zei: ‘het grootste communicatieprobleem is dat we niet aan het luisteren zijn om te willen begrijpen. We luisteren om te kunnen antwoorden’. Wat mij betreft is er daarom maar één codewoord voor goede betrokkenheid: doe het oprecht. En anders niet.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Ik hoop maar dat hij geen gelijk heeft

Ik luisterde vorig jaar bij Politiek in de Pol vol belangstelling naar een interview tussen Hans Verbeek en Henk Kamp. Henk Kamp zegt op een gegeven moment: “Ik ga nooit meer in de politiek, dan kan je niet zeggen wat je wilt”. Huh? Ik ging nog wat rechter op zitten. Hoorde ik dat nou goed? Je gaat toch júist in de politiek omdat je op die manier een podium voor jouw mening hebt? Je wilt toch jouw mening en overtuiging omzetten naar acties?

De uitspraak van Henk Kamp echoot bij mij nog steeds na. Het heeft vast te maken met de kiezersachterban en de hoeveelheid aan mensen en partijen die van verschillende kanten aan je trekken met hun belangen. Maar goed, dat is een aanname. En je moet altijd nagaan, niet aannemen. Ik hoop Henk Kamp hier dus nog eens over te spreken… Maar ik denk nog even verder. Misschien heeft het te maken met de mate van openheid in de politiek? Transparantie? Geheimhouding? Vertrouwelijkheid? Met die termen worstel ik en blijf ik nog wel even worstelen. Ze hebben allemaal met elkaar te maken. Achterliggende gedachte (uitgangspunt) van mij is dat onze inwoners meer vertrouwen in de politiek hebben als ze alles kunnen en mogen weten. Maar: hoe ver ga je daar in? Wat mij betreft was het bijvoorbeeld niet nodig om foto’s te maken van de landelijke partijleden die met elkaar het formatieproces in gingen waardoor het media-gesprek vooral over het SuperDry-t-shirt van Wobke Hoekstra ging en niet over de inhoud.

Ik heb vooral de vraag rondom openheid/transparantie/vertrouwelijkheid/geheimhouding: wat als degene aan de andere kant van de tafel daar niet in meegaat? Loop je dan weg? Stop je dan het gesprek? Ik heb pas zo’n gesprek gehad. Aan het begin van het gesprek werd gezegd: ‘jullie snappen wel dat dit gesprek vertrouwelijk is’. Ik kon opstaan. Weggaan. Maar ik ben blijven zitten. Aan het eind van het gesprek snapte ik niet wat er in dat gesprek gezegd is dat anderen niet zouden mogen weten. Maar ja, ik heb stilzwijgend ingestemd en dus heb ik mijn mond maar te houden. En dus moet ik op mijn woorden letten. Praat ik mijn mond voorbij? Ik wil die alarmbel niet in mijn achterhoofd hebben. Kost alleen maar energie: steeds bedenken wat je wel/niet tegen Pietje of Marietje mocht zeggen. Of wat je dan eerder tegen Klaas hebt gezegd wat Pietje of Marietje ook had moeten weten, etc. En natuurlijk, mensen moeten ook in vertrouwen een gesprek met je kunnen aangaan zonder dat je dat meteen op facebook gooit. Maar zit daar niet iets tussen in? Vanuit In Beweging hebben we in ons verkiezingsprogramma aangegeven dat wij een open politiek willen. Wij schrijven daarover het volgende: “geen verrassingen, we delen onze stukken. Geen onverwachte ‘konijnen uit de hoge hoed’”. Ik heb volgens mij oprecht de afgelopen maanden niet één keer de uitspraak gedaan: ‘dit blijft wel onder ons, toch?’. En dat hoop ik zo te houden. Ik ga hier in volgende blogs zeker op terug komen. Er valt nog veel meer over te zeggen en vooral te bespreken. Ik ben dan ook benieuwd hoe ú hier tegenaan kijkt. Ik hoop in ieder geval dat ik een volgend blog nooit hoef te beginnen met ‘Henk Kamp had gelijk. In de politiek kan je inderdaad niet zeggen wat je wilt’.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging