Foto van Marianne Hutten

Het zijn er 25

Weet u wat een griffier is? Wat een griffier doet? Wie er in het college van B&W zitten? Hoeveel raadsleden er eigenlijk zijn in Hof van Twente? Bent u wel eens in de raadzaal geweest? Als ik die vragen stel aan zomaar wat mensen, krijg ik meestal een vragende blik en een ‘geen idee eigenlijk’.

Inmiddels is bij ons het raadsinwerkprogramma begonnen. We krijgen masterclasses op thema’s, rondleiding door het gemeentehuis, we hebben zojuist een tweedaagse met de gehele gemeenteraad gehad en de mailbox stroomt vol met uitnodigingen voor allerlei interessante lezingen en bijeenkomsten. Afkortingen en termen vliegen rond: van de P&C-cyclus tot de WABO, van de VRT tot het A&O Fonds Gemeenten, van de LTA tot de auditcommissie, van seniorenconvent tot … Zomaar een greep uit wat termen. Als ik dan terugdenk aan mijn eerste vragen (zoals: hoeveel raadsleden heeft Hof van Twente?) en dat daar het antwoord al ‘geen idee’ op is, dan is het niet zo gek dat als we met zulke termen strooien, geen mens het nog kan volgen en dus afhaakt. Althans, dat is mijn redenering. Ik probeer er daarom extra op te letten dat als ik zelf nieuwe dingen leer in de politiek (termen, afkortingen, processen) en die eigen heb gemaakt, ik niet mag verwachten dat iedereen die weet en per ongeluk dus zelf ook in afkortingen en procestermen ga praten. Elke keer probeer ik mezelf de vraag te stellen: hoe was dat voor mij als kiezer?

Afgelopen weekend had ik weer zo’n besefmoment dat ik als kiezer toch echt een ander beeld had bij een bepaalde gang van zaken in vergelijking met hoe het werkelijk zit. Heeft u wel eens een raadsvergadering gevolgd? Ik wel. Bij voorkeur digitaal (ondertussen met een zak chips erbij en de afwas doen). Ik hoor en zie raadsleden dan in 1e en 2e termijnrondes vragen stellen aan de wethouders die vervolgens wel of niet duidelijke antwoorden geven en daarna wordt er wel of niet een besluit genomen. Zo gaat dat blijkbaar. Heb ik dan maar aangenomen. Maar zo is het niet. Weet ik nu. Dat is een keuze van de raad.

De gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente. Het debat zou niet tussen raadsleden en wethouders moeten zijn, maar tussen de raadsleden. Als er vragen aan de wethouders zijn, kan je die ook vooraf stellen. Als gehele raad hebben we nu uitgesproken dat we het debat tússen de raadsleden willen bevorderen. Daarom is nu de afspraak gemaakt om de wethouders buiten de kring van de raadsleden te zetten. Letterlijk. Ze zijn er wel, maar buiten de kring. Als er toch vragen blijken te zijn, kunnen ze die beantwoorden, maar het gaat om het debat tússen de raadsleden. De simpele vraag aan een ander raadslid ‘hoe ben je tot jouw standpunt gekomen?’ komt dan veel meer tot zijn recht. Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat werken! Ik zou zeggen: kijk maar eens mee met de volgende raadsvergadering (live in de raadzaal zelf of via de website van de gemeente) en oordeel zelf. Kunt u meteen zien hoeveel gemeenteraadsleden Hof van Twente eigenlijk heeft…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Doorgeefluik

Dat was ‘m dan. Onze eerste raadsvergadering. Een bijzondere, want het was een extra raadsvergadering. Aangevraagd door PvdA en D’66 (aan beide dank!). Helaas konden wij het als In Beweging nog niet zelf aanvragen omdat wij op dat moment nog niet officieel waren geïnstalleerd. De reden voor deze raadsvergadering was heel simpel: laten we met z’n allen de verkiezingsuitslag bespreken (in plaats van partij per partij met elkaar). Wat heeft de kiezer wat ons betreft duidelijk gemaakt met zijn/haar stemgedrag? Het was nu een beetje ‘mosterd na de maaltijd’ (maar eerder kon het dus niet). De partijen CDA, VVD en GemeenteBelangen hebben immers al aangegeven met elkaar de coalitie te willen vormen. Daarom was ons voorstel in de vergadering: zullen we nu alvast afspreken dat we bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen informeel met alle nieuwe raadsleden bij elkaar gaan zitten – meteen de zaterdag ná de verkiezingen? Een aantal andere gemeenten doen dit al. Niet iedereen was het daar over eens. Wel is er een soort intentie uitgesproken en zullen wij hier ruim voor de volgende verkiezingen op terugkomen om dit alsnog met elkaar af te spreken. Wij denken dat het goed is om te doen voor kiezer én de nieuwe raadsleden.

Naast het gesprek over het aantal zetels per partij en wat dat duidelijk maakt, is meermalen het lage opkomstpercentage van 56,6% (het laagste percentage sinds de gemeente Hof van Twente bestaat!) genoemd. Wat zegt dat? Wat kunnen we hiermee? Interesseert de mensen de politiek niet? Zijn ze teleurgesteld? Hebben ze geen idee op wie/welke partij te stemmen? Welke reden dan ook, ik wil daarmee aan de slag! Ik hoop dat ‘frisse politiek’ daarbij kan helpen. Een term die – zoals ik inmiddels heb gemerkt – bij sommige mensen oproept dat de politiek nu ‘onfris’ zou zijn. Dat heb ik niet gezegd en nooit zo bedoeld. We wonen in een mooie Hof van Twente, een gemeente waar we trots op mogen zijn. Een gemeente die ik nóg mooier wil maken en waar ik nóg trotser op wil zijn! En daar heb ik de inbreng van zoveel mogelijk kiezers voor nodig. Zoals eerder aangegeven in mijn blog over het bezoek aan de kapster: er zijn zóveel mensen die interessante en relevante meningen en ideeën hebben, maar: dat niet realiseren of dat niet laten weten omdat ze denken dat hun mening niet gevraagd wordt of omdat voor hun de drempel hoog is om die mening te laten weten? Zo zonde! Want, zoals iemand tegen me zei: bescheiden mensen hebben ook een mening!

Elk raadslid heeft een mooi, dik boek gekregen over het raadslidmaatschap. Daarin komt een interessant stuk terug hoe je je zelf als raadslid ziet: als doorgeefluik van meningen van de kiezer of als vertegenwoordiger? Ik ben daarin veranderd. Vroeger dacht ik meer als vertegenwoordiger: ik heb niet voor niks voor Pietje of Jantje gekozen, laat hun nu namens mij het werk maar doen! Nu denk ik toch meer als doorgeefluik: het vraagt meer, maar het levert zoveel meer op als je samen aan de gemeente werkt waar je zelf woont! Als je je medeverantwoordelijk voelt, het idee hebt dat jouw inbreng als inwoner ertoe doet. Participatie (laten we het deelnemen of inwonersbetrokkenheid noemen) is niet voor niets een erg groot onderdeel van de Omgevingswet die er aan zit te komen. Ik kijk nu al uit naar de bespreking van ons participatiebeleid in de gemeenteraad. En ondertussen? Vooral doen en leren – van en met elkaar! 

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Foto van Marianne Hutten

Ik ben tegen!

Minder ik, meer wij. Dat is waar wij met In Beweging voor staan. Dankzij de 1912 stemmen die we hebben gekregen, mogen we in de praktijk gaan laten zien wat wij met zulke uitgangspunten bedoelen. Minder ik, meer wij. Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt. Dus niet: wij tegen zij. Wel: samen bereik je meer. Ook al kost dat soms meer tijd en energie. Het levert wel meer op. Zoals ook eerder gezegd: verkiezingsprogramma’s lijken veel op elkaar. Wij zijn niet zozeer tégen standpunten van de verschillende progressieve partijen. Sterker nog: we zijn juist voor. We willen vooral dat de krachten gebundeld worden. Dan bereik je meer.

De formatiepartijen zijn inmiddels bekend: CDA, VVD en Gemeente Belangen. Ze gaan aan de slag om de coalitie te vormen. In Beweging is niet voor een coalitie-akkoord, maar voor een raadsbreed raadsprogramma. Dat is een minder uitgewerkt document, maar wordt gesteund door alle partijen. Je krijgt daardoor meer debat in de raadszaal over het onderwerp met de kennis van dat moment. Volgens ons wordt daar een besluit alleen maar beter van. Onderzoek bij andere gemeenten die hier ervaring mee hebben, bevestigen dat. Ik heb al meerdere reacties gehoord dat ‘men’ niet voor een raadsprogramma is, maar wij blijven daar vanuit In Beweging wel voor pleiten.

Gaan de formatiepartijen dan weer voor het bekende ‘coalitieakkoord’? Krijgen we dan weer de sfeer van coalitie versus oppositie? Met daarbij een sfeer van wij tegen zij? Iemand zei deze week tegen mij: ‘In Beweging heeft de meeste stemmen gekregen van de oppositiepartijen. Jullie zijn nu oppositieleider!’. Tjie. Dat is wel de laatste gedachte hoe ik de uitslag van de verkiezingen heb opgevat. Het voelt voor mij meer als ‘we hebben samen 9 zetels, want de partijen waarvan ik hoop dat er veel meer samengewerkt wordt – zelfs wordt samengegaan – hebben samen 9 zetels’ (PvdA, SP, In Beweging en ja, ook D66). En nu zit ik opeens in de oppositie. Dat voelt alsof van mij verwacht wordt dat ik altijd tegen ben als het college met een voorstel komt. Wij tegen zij dus. Maar: een goed idee is een goed idee, laten we het voorstel dus op de inhoud bespreken. Dat klinkt toch heel logisch? Maar als ‘oppositie’ word je in een hoek gezet: ‘to oppose’, tegen zijn, de tegenpartij, de klagers, de irritante kritiekhebbenden. Die framing zet de extremen zo tegen elkaar. Dat is juist wat wij niét willen. Dat komt de sfeer niet ten goede. Soms zitten oplossingen in heel kleine dingen. Misschien wordt het tijd voor een simpele oplossing. Een andere naam voor ‘dé oppositie’. Misschien heeft u een suggestie?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging