**foto ontbreekt**
Misschien weet u het nog van mijn vorige blog of heeft u het via verschillende media meegekregen: de hellende bocht in de Van Kollaan – Kerkstraat in Goor. Ik maak me daar druk om. De bocht is in zijn geheel hellend en daarom gevaarlijk voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers. Althans, dat is de mening van de partijen Progressief in Beweging en de VVD. De gemeente kent de situatie, maar geeft aan dat er geen geld is. Tja, dan word ik extra wakker als raadslid. Want wie heeft het budgetrecht in de gemeente? Juist, de gemeenteraad. Ik heb informatie gevraagd via een zogenaamd ‘verzoek om inlichtingen’ en schriftelijke vragen ingediend om de mening van ons college te horen. Normaal wacht je eerst op de antwoorden voordat je een vervolgactie onderneemt als raadslid. Maar gezien – in onze ogen – de urgentie (want: gevaarlijke bocht) is toch besloten om bij de afgelopen raadsvergadering van 6 oktober een motie in te dienen over deze verkeerssituatie.
Moties die niet bij een agendapunt horen, heten ‘motie vreemd’ en worden altijd als laatste punt toegevoegd aan de agenda. Dus daar stonden we dan, afgelopen 6 oktober. Na een lange vergadering gingen we rond 23.30 met 25 raadsleden en het college over dé bocht praten. Een raadslid gaf aan dat dit ‘micromanagement’ is en dat wij ons daar niet mee bezig moeten houden. Die reactie snap ik. Wij moeten kaders meegeven als raad. We gaan niet over uitvoer en we gaan niet over details. Als we allemaal zulke situaties gaan bespreken met elkaar, houden we elkaar flink bezig. Tegelijk: de raad heeft een controlerende taak (in dit geval: wordt het kader ‘verkeersveilig’ wel goed gedaan?) en we gaan ook over het geld (het budgetrecht). In de reactie op de motie noemde de wethouder de bocht ‘niet optimaal’ en bleek ook een ander argument mee te spelen: volgens het college is er voor rolstoelgebruikers een alternatieve route om de bocht niet te hoeven gebruiken. De gemeente heeft naar uitleg van de wethouder een gemeentebrede, planmatige aanpak (bijvoorbeeld werk met werk combineren), vindt hier een ‘directe ingreep niet noodzakelijk’ (met name vanwege het alternatief) en ontraadde de motie. De motie heeft het niet gehaald.
Wat vind ik daar dan van? En hoe verder? Ik snap de genoemde argumenten wel, maar ik blijf er een dubbel gevoel bij houden om verschillende redenen. Met name de vraag: wat moet je dan doen als je als raadslid het gevoel hebt dat er een urgente situatie is? Want is nou de bocht ‘niet optimaal’ (zoals het college dat noemt) of het systeem? Of mijn aanpak? Daar ga ik nog eens met een aantal mensen over hebben. Het onderwerp verkeer heeft sowieso mijn aandacht. Wordt vervolgd!
Marianne Hutten