Een potje Catan

O jee, soms beginnen mensen tegenwoordig als volgt tegen mij: “Marianne, ik weet het, je bent wars van spelletjes en strategie, maar…” en dan volgt er een voorstel hoe iets voor elkaar te krijgen. Dat je eerst die ene persoon moet spreken, daarna de andere partij om iets anders moet vragen, dan via het vragenhalfuurtje moet zorgen dat je op de agenda komt en daarmee ook vaak de pers haalt en dus wat druk uitoefent en de kiezer ook weet waar je mee bezig bent en zo nog wat doorgedachte stappen. Ik ben daar dus niet zo goed in. Dat voelt allemaal voor mij als stiekem. En dat is juist niet wat ik wil.

Of die andere uitspraak: “Politiek is heel leuk, vooral als je het spelletje doorhebt”. Spelletje?! Ik merk dat ik daar nogal allergisch op reageer. Ik zie het allemaal niet als een spelletje. Misschien ben ik te serieus voor de politiek (mijn man zegt dan: ‘nee, je bent niet te serieus, je hebt wat moeite met loslaten’. O ja, iets met spijker op de kop…). Als ik een (bord)spel speel, heb ik lol, ben ik erg fanatiek en ja, dan manipuleer ik ook (dat is wat anders dan vals spelen, daar doe ik niet aan). Maar dat is een spelletje! Dit is politiek! Iets met verantwoordelijkheid voelen, afgevaardigde zijn van onze inwoners. Dus elke keer als ik die opmerking hoor dat politiek ‘een leuk spel’ is, haak ik af. Inmiddels vat ik het maar anders op. Ik denk dat mensen bedoelen (ja, ik zal het vaker checken) dat het meer gaat om het kennen van de regels, hoe politiek werkt. Zoals de spelregels bij een spel.

Ik vergelijk het maar even met Catan. Ik heb dat spel oneindig vaak gespeeld. Het spel wordt een stuk leuker als je de regels kent en het wordt nog leuker als je álle regels kent (ook die van de uitbreidingsversies) en het wordt helemaal leuk als je uit ervaring hebt geleerd welke strategie bij wie het beste werkt. In de politiek begin ik de spelregels wat te leren kennen (wat mag wel, wat mag niet, welke instrumenten heb ik) en de ervaring leert ook welke instrumenten ik wanneer het beste kan inzetten. Het verschil zit voor mij in het gevoel van stiekem doen. In de politiek zal ik mijn aanpak steeds hardop zeggen: ‘ik heb die en die al gesproken en ik ga die en die ook nog bellen. Het gaat me namelijk om het volgende…’. Dus eigenlijk is het heel simpel: ik wil best meedoen aan politieke spelletjes. Maar alleen met open vizier.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Kinderen met elkaar in discussie

Houd je van je kinderen?

Ik heb een paar hele korte vragen voor je. Vragen die iemand ooit aan mij stelde. Misschien wil je de vragen ook proberen te beantwoorden tijdens het lezen van dit blog. Komen ze… Heb je kinderen? Hebben jouw buren kinderen? Vind je jouw kinderen leuk? Vind je de kinderen van de buren leuk? Houd je van jouw kinderen? Houd je van de kinderen van de buren?

Vaak beantwoorden mensen de eerste vijf vragen met ‘ja’. En de laatste met ‘nee’. En soms erachteraan: ‘natuurlijk niet, ze zijn niet van mij’. De kinderen van de buren zijn leuk, maar je zal er minder hard voor door het vuur gaan dan voor je eigen kinderen. Voor je eigen kinderen zal je waarschijnlijk meer opkomen.

Vervang nu eens het woord ‘kinderen’ in de vragen door het woord ‘ideeën’ en beantwoord de vragen nog eens. Ook weer 5x ja en als laatste een ‘nee’ als antwoord? Je kan heel enthousiast zijn over de ideeën van een ander, maar voor je eigen ideeën ren je toch het hardst… Je kan het woord ‘kinderen’ ook vervangen door ‘problemen’, ‘uitdagingen’, etc. De boodschap: zorg dat een idee van iemand zelf is. Je kan een ander niet overtuigen, je kan alleen jezelf overtuigen. Dus: bevraag, bevraag, bevraag. Ik weet het, ik heb het daar vaak over mijn blogs. Ik vind dat besef belangrijk.

Er is een ambtenaar bij sociaal domein die dit – volgens mij zonder het bewust te weten en daarom is het juist zo krachtig – perfect beheerst. Zij is de specialist, maar ze is niet pusherig. De keren dat ik haar heb meegemaakt in een groep benoemt ze een probleem (dat ging in dat geval over de jeugdzorg). Er volgde geen PowerPoint. De groep kon niet achterover leunend de sheets gaan volgen. Iedereen in de groep ging bijna geïrriteerd rechtop zitten: verdorie, zitten we hier nou onze tijd te verdoen? Iemand ging maar eens een vraag stellen: om hoeveel jongeren gaat het hier eigenlijk? We kregen een deskundig antwoord. Hoe wordt de woonplaats voor een jongere die naar een pleeggezin gaat, eigenlijk bepaald? We kregen een deskundig antwoord. Hoeveel kost dat eigenlijk? We kregen een deskundig antwoord. De groep ging steeds rechterop zitten. Deze dame heeft er echt verstand van! En de vragen rolden door van: ‘Zit dit werkelijk zo in elkaar?’ naar ‘Maar dat is toch vreemd dat dat zo gaat?’ naar ‘Hoe kan dat anders?’ naar ‘En wat kan ik als raadslid daarin betekenen?’. Ik zat ook in die groep. Tot een uur geleden had ik nog geen idee. Zij heeft mij niet overtuigd. Ik heb mezelf overtuigd. Door haar. Dat dan weer wel…

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging