Foto van Marianne Hutten

Het wordt de Dordogne

Ik, roepend vanaf achter de computer: “Schat, het wordt een stacaravan in de Dordogne! Van 24 juli tot en met 12 augustus. Ik heb het uitgezocht. Altijd lekker warm daar. Dat is het goedkoopst en voor de kinderen is er genoeg te doen. Ik druk nu op de knop van ‘boeken’, hoor!”

Ik weet niet hoe bij u thuis het regelen van de vakantieplannen gaat, maar bij ons thuis in ieder geval niet op deze manier. Ik denk niet dat mijn man er blij van wordt als ik hem even mededeel wat ik voor hem heb bedacht wat de beste vakantie voor ons is.

Alleen als hij dus heel snel a) beseft wat ik net heb gezegd en daar ook iets heel snel van weet te vinden en b) binnen diezelfde tijd naar mijn computer rent om te zorgen dat ik niet op ‘boeken’ klik, kan hij voorkomen dat we naar de Dordogne gaan deze zomer. Of anders gezegd: dan mist hij de kans om met mij te overleggen of het toch niet een kampeervakantie in Normandië kan worden.

Mijn gedane vakantie-uitzoekwerk is goed bedoeld. Mijn uitzoekwerk bespaart toch tijd voor hem en ik ken hem toch wel goed genoeg wat hij en de kinderen leuk zullen vinden als vakantie? En ik zal toch echt wel mijn uiterste best gedaan hebben om ook echt de beste keuze te maken voor ons – ik ga immers zelf mee!

Misschien is er ook niks mis met de Dordogne. Misschien ook niks mis met die stacaravan. Misschien niks mis met die periode. Maar er is niks gevraagd. Er wordt alleen medegedeeld. Zelfs al zouden we van tevoren hebben afgesproken dat ik de vakantie mocht regelen. Zelfs al zouden we van tevoren de ‘kaders’ hebben afgesproken (ongeveer die periode, ongeveer die prijs, ongeveer die regio in dat land, een chill of actieve vakantie, etc). Dan nóg is het best prettig dat er nog even gecheckt wordt: ‘Ik heb dit uitgezocht. Volgens mij past dat helemaal in wat we zouden willen. Klopt dat? Mooi, want dan ga ik dat nu regelen’. Mijn man kennende, kijkt hij dan toch nog even mee en ziet bijvoorbeeld dat als we een dag later gaan, we flink minder betalen en dat dat dan toch een betere optie blijkt. Of hij ziet dat op die camping toch nog een plekje vrij is die dichter bij de speeltuin is. Kortom: even zuchten (‘argh, ik dacht dat ik klaar was met uitzoeken, nu duurt het nog langer’), maar de vakantie gaat er beter van worden!

U raadt vast wel waarom ik dit voorbeeld geef. Iets met participatie. Of anders gezegd: iets met betrokkenheid. Als gemeente maak je vaak genoeg goedbedoelde plannen. We willen allemaal een betere, mooiere, toekomstbestendige Hof van Twente. Maar vanaf welk moment betrek je degene om wie het gaat? Om even in de metafoor van de vakantie te blijven: doe je dat vanaf de vraag ‘zullen we op vakantie gaan?’ Of vanaf de vraag: ‘we gaan in ieder geval op vakantie, waar moet die vakantie aan voldoen?’ Of vraag je ook het uitzoekwerk samen te doen? Of krijgen de mensen een brief op de deurmat met de mededeling: “Beste inwoner, we hebben dit plan voor u uitgedacht. We hebben aan alles gedacht. Het is echt het beste voor u. Dus dat gaan we doen. We sturen u deze brief, want dan weet u dat. Mocht je het tóch geen goed plan vinden, kan je een zienswijze indienen”. Het plan is goedbedoeld. Op alle moeilijke vragen zijn al antwoorden bedacht. Maar het gevoel blijft dat je als inwoner dan met 10-0 achter staat. Waar komt dat plan opeens vandaan? Ik had mijn ideeën ook wel in willen brengen! Wat houdt dat plan dan eigenlijk in? En moet je toch nog snel voor de zekerheid een zienswijze indienen? Want stel je voor dat je dat niet hebt gedaan en je de kans hebt gemist bezwaar te maken? Kortom: zie dus de vergelijking met hoe je thuis de vakantie regelt.

Participatie is kneiter-ingewikkeld. Ik wil niet zeggen dat we in gemeente Hof van Twente geen participatie doen. Ik wil wel zeggen dat het altijd beter kan. De perfecte participatie is wat mij betreft ook een utopie. Niet iedereen zal na afloop van een project zeggen ‘wat ben ik hier fantastisch bij betrokken’. Maar het is wel het streven. Participatie – ik zeg liever ‘betrokkenheid’ is lastig op papier te vatten in een beleid en dat je dat op elke situatie precies zo kunt toepassen. Participatie is een kwestie van doen. En daarvan leren. En dat oprecht doen. Zoals Stephen Covey zei: ‘het grootste communicatieprobleem is dat we niet aan het luisteren zijn om te willen begrijpen. We luisteren om te kunnen antwoorden’. Wat mij betreft is er daarom maar één codewoord voor goede betrokkenheid: doe het oprecht. En anders niet.

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Geplaatst in Blog van Marianne.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.