Foto van Marianne Hutten

Ik ben tegen!

Minder ik, meer wij. Dat is waar wij met In Beweging voor staan. Dankzij de 1912 stemmen die we hebben gekregen, mogen we in de praktijk gaan laten zien wat wij met zulke uitgangspunten bedoelen. Minder ik, meer wij. Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt. Dus niet: wij tegen zij. Wel: samen bereik je meer. Ook al kost dat soms meer tijd en energie. Het levert wel meer op. Zoals ook eerder gezegd: verkiezingsprogramma’s lijken veel op elkaar. Wij zijn niet zozeer tégen standpunten van de verschillende progressieve partijen. Sterker nog: we zijn juist voor. We willen vooral dat de krachten gebundeld worden. Dan bereik je meer.

De formatiepartijen zijn inmiddels bekend: CDA, VVD en Gemeente Belangen. Ze gaan aan de slag om de coalitie te vormen. In Beweging is niet voor een coalitie-akkoord, maar voor een raadsbreed raadsprogramma. Dat is een minder uitgewerkt document, maar wordt gesteund door alle partijen. Je krijgt daardoor meer debat in de raadszaal over het onderwerp met de kennis van dat moment. Volgens ons wordt daar een besluit alleen maar beter van. Onderzoek bij andere gemeenten die hier ervaring mee hebben, bevestigen dat. Ik heb al meerdere reacties gehoord dat ‘men’ niet voor een raadsprogramma is, maar wij blijven daar vanuit In Beweging wel voor pleiten.

Gaan de formatiepartijen dan weer voor het bekende ‘coalitieakkoord’? Krijgen we dan weer de sfeer van coalitie versus oppositie? Met daarbij een sfeer van wij tegen zij? Iemand zei deze week tegen mij: ‘In Beweging heeft de meeste stemmen gekregen van de oppositiepartijen. Jullie zijn nu oppositieleider!’. Tjie. Dat is wel de laatste gedachte hoe ik de uitslag van de verkiezingen heb opgevat. Het voelt voor mij meer als ‘we hebben samen 9 zetels, want de partijen waarvan ik hoop dat er veel meer samengewerkt wordt – zelfs wordt samengegaan – hebben samen 9 zetels’ (PvdA, SP, In Beweging en ja, ook D66). En nu zit ik opeens in de oppositie. Dat voelt alsof van mij verwacht wordt dat ik altijd tegen ben als het college met een voorstel komt. Wij tegen zij dus. Maar: een goed idee is een goed idee, laten we het voorstel dus op de inhoud bespreken. Dat klinkt toch heel logisch? Maar als ‘oppositie’ word je in een hoek gezet: ‘to oppose’, tegen zijn, de tegenpartij, de klagers, de irritante kritiekhebbenden. Die framing zet de extremen zo tegen elkaar. Dat is juist wat wij niét willen. Dat komt de sfeer niet ten goede. Soms zitten oplossingen in heel kleine dingen. Misschien wordt het tijd voor een simpele oplossing. Een andere naam voor ‘dé oppositie’. Misschien heeft u een suggestie?

Marianne Hutten
Fractievoorzitter In Beweging

Geplaatst in Blog van Marianne.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.